Encoders met fieldbusinterface geven positie-informatie rechtstreeks via een industrieel netwerk door. Dat wordt vooral gebruikt bij absolute positiefeedback en moderne machinearchitecturen.
De keuze voor PROFINET, EtherCAT, CANopen of een andere interface wordt meestal bepaald door PLC, drive, IO-architectuur en bestaande software.
Kort antwoord
Kies een fieldbus encoder op basis van het bestaande netwerk, besturing, profiel, resolutie, configuratie, connector en mechanische uitvoering. Een andere businterface vraagt meestal aanpassing in hardware of software.
Veelvoorkomende interfaces
| Interface | Waar op letten |
|---|---|
| PROFINET | PLC-omgeving, GSDML-bestand en netwerkconfiguratie |
| EtherCAT | Snelle motion toepassingen en ESI-bestand |
| CANopen | Objectdictionary, node-id en baudrate |
| SSI/BiSS | Geen fieldbus, maar seriele absolute interface |
| Analoog | Eenvoudiger signaal, minder digitale informatie |
Bij vervanging extra opletten
Een fieldbus encoder vervangen is meer dan mechanisch monteren. De nieuwe encoder moet ook qua profiel, parameters en configuratie passen bij de besturing.
Welke gegevens zijn nodig?
- huidig merk en typenummer
- gebruikte businterface
- PLC of drive type
- configuratiebestand indien beschikbaar
- resolutie en meetbereik
- connectoren en pinbezetting
- mechanische uitvoering
Hulp bij fieldbus encoders
Indusen helpt bij selectie en vervanging van absolute encoders met digitale interface. We kijken naar techniek, integratie en beschikbare alternatieven.
Neem contact op voor technisch advies.