Overslaan naar inhoud

Sensor kiezen voor positiecontrole in machines

2 juli 2026 in
Sensor kiezen voor positiecontrole in machines
Miki Nabben

Positiecontrole is een van de meest voorkomende toepassingen voor sensoren in machinebouw. Denk aan eindstanden, bewegende delen, kleppen, cilinders, producten, sledes en mechanische referentiepunten.

De juiste sensor hangt af van het object, de montage, de gewenste nauwkeurigheid, de omgeving en het signaal dat de besturing nodig heeft.

Kort antwoord

Voor positiecontrole worden vaak inductieve, magnetische, optische of laser sensoren gebruikt. Kies op basis van materiaal, afstand, inbouwruimte, omgeving en vereiste herhaalnauwkeurigheid.

Welke techniek past waar?

ToepassingMogelijke sensor
Metalen machineonderdeelInductieve sensor
CilinderstandMagnetische cilindersensor
ProductpositieOptische of laser sensor
Kleine rand of markeringLaser of fiber-optisch
Aanwezigheid op transportbaanOptisch, ultrasoon of inductief afhankelijk van materiaal
Afstand of hoogte metenMeetoplossing in plaats van eenvoudige schakelsensor

Schakelpunt en herhaalnauwkeurigheid

Bij positiecontrole is het belangrijk dat de sensor steeds op hetzelfde punt schakelt. Trilling, speling, montagepositie en objectvorm kunnen de herhaalbaarheid beinvloeden.

Eindstanddetectie

Voor eindstanddetectie van metalen delen zijn inductieve sensoren vaak robuust. Voor cilinders zijn magnetische sensoren vaak praktisch. Bij niet-metalen objecten kan optisch, capacitief of ultrasoon beter passen.

Hulp bij positiecontrole

Indusen helpt bij het kiezen van een passende sensoroplossing voor positiecontrole, eindstanddetectie en machinebewaking.

Neem contact op voor technisch advies.

Laser sensor of optische sensor: wat is het verschil?