Een sensor die te vroeg of te laat schakelt, kan leiden tot verkeerde positieregistratie, foutieve tellingen of een machine die niet meer stabiel draait.
De oorzaak zit vaak in het verschil tussen de datasheetwaarde en de werkelijke toepassing. Detectieafstand is namelijk afhankelijk van materiaal, objectgrootte, montage, omgeving en afstelling.
Kort antwoord
Gebruik de maximale schakelafstand nooit als enige uitgangspunt. Zorg voor voldoende detectiemarge, controleer materiaal en objectgrootte en test de sensor in de werkelijke montagepositie.
Wat beinvloedt de schakelafstand?
| Factor | Invloed |
|---|---|
| Materiaal | Staal, RVS, aluminium, messing en koper geven verschillende detectieafstanden |
| Objectgrootte | Kleine objecten worden vaak minder ver gedetecteerd |
| Montage | Flush of non-flush montage verandert het detectiegedrag |
| Achtergrond | Bij optische sensoren kan achtergrondreflectie invloed hebben |
| Vervuiling | Olie, stof of productresten kunnen het signaal verzwakken |
| Trilling | Bewegende machineonderdelen kunnen net buiten het detectiepunt komen |
Inductieve sensoren
Bij inductieve sensoren wordt de opgegeven schakelafstand vaak gebaseerd op een standaard metalen meetplaat. In de praktijk kan de afstand kleiner zijn bij RVS, aluminium, messing of kleine objecten.
Optische sensoren
Bij optische sensoren spelen kleur, glans, reflectie, achtergrond en vervuiling een grote rol. Een object dat in de test goed werkt, kan in de machine toch lastig detecteerbaar zijn.
Wanneer kiezen voor een andere sensor?
Als de schakeling kritisch is, kan een andere uitvoering nodig zijn. Denk aan laser sensoren voor nauwkeurigere detectie, ultrasone sensoren voor bepaalde oppervlakken of een meetoplossing wanneer niet alleen aanwezigheid maar afstand belangrijk is.
Hulp bij selectie
Indusen helpt bij het kiezen van een sensor met voldoende praktijkmarge. We beoordelen object, materiaal, snelheid, montage en omgeving zodat de sensor niet alleen op papier klopt.
Neem contact op voor advies bij sensorselectie.