Bij een sensorstoring wordt vaak direct aan de sensor gedacht. In de praktijk zit de oorzaak regelmatig in kabel, connector, pinbezetting, voeding of PLC-ingang.
Vooral bij bewegende delen, kabelrupsen, vochtige omgevingen en oudere machines is bekabeling een belangrijk controlepunt.
Kort antwoord
Controleer bij sensorstoringen altijd voeding, uitgangssignaal, connector, pinbezetting, kabelbreuk, vocht, afscherming en de PLC-ingang. Meet zo dicht mogelijk bij de sensor en daarna bij de besturing.
Wat kan er misgaan?
| Onderdeel | Mogelijke storing |
|---|---|
| Connector | Vocht, corrosie, losse wartel of verbogen pin |
| Kabel | Breuk door beweging, knik of mechanische beschadiging |
| Pinbezetting | Nieuwe sensor of kabel heeft andere aansluiting |
| Voeding | Spanningsval, verkeerde spanning of slechte massa |
| Afscherming | Storingen door motoren, drives of frequentieregelaars |
| PLC-ingang | Verkeerd ingangstype of softwarefiltering |
Meet op twee plaatsen
Meet eerst bij de sensor of voeding en uitgangssignaal aanwezig zijn. Meet daarna bij de PLC of IO-module. Zit er verschil tussen beide metingen, dan wijst dat vaak op kabel, connector of tussenliggende verdeler.
Let op bij M8 en M12 connectoren
M8 en M12 connectoren lijken standaard, maar pinbezetting en uitvoering kunnen verschillen. Controleer altijd het datasheet van sensor en kabel, vooral bij vervanging of retrofit.
Storingen door omgeving
Sensorbekabeling die langs motoren, drives of vermogenskabels loopt, kan gevoelig zijn voor elektromagnetische storing. Afscherming, kabelrouting en correcte aarding kunnen dan belangrijk zijn.
Hulp bij storingzoeken
Indusen helpt bij het beoordelen van sensorstoringen waarbij sensor, kabel en besturing samen bekeken moeten worden. Dat voorkomt onnodig vervangen van goede componenten.
Neem contact op en stuur bij voorkeur foto's van sensor, kabel en aansluiting mee.