Overslaan naar inhoud

Welke detectiesensor kies je? Inductief, capacitief, optisch of ultrasoon

9 september 2026 in
Welke detectiesensor kies je? Inductief, capacitief, optisch of ultrasoon
Miki Nabben
Objectdetectie in machinebouw

Welke detectiesensor kies je? Inductief, capacitief, optisch of ultrasoon vergeleken

Een metalen tandwiel, kunststof doos, transparante fles en vloeistof achter een reservoirwand moeten allemaal betrouwbaar worden gedetecteerd – maar vragen niet automatisch om hetzelfde sensorprincipe.

De juiste keuze begint bij materiaal, objecteigenschappen, afstand, snelheid, omgeving en elektrische aansluiting. Bekijk ook de industriële detectiesensoren wanneer het principe eenmaal duidelijk is.

Vergelijking van inductieve, capacitieve, optische en ultrasone detectie Inductief metaal Capacitief niet-metaal / niveau Optisch doos / product Ultrasoon kleuronafhankelijker het object bepaalt het eerste detectieprincipe om te onderzoeken
Vier detectieprincipes, elk met een ander sterk toepassingsgebied.

Een verkeerde sensortechniek kan leiden tot instabiele detectie, ongewenste schakelingen, veel afstelwerk, gevoeligheid voor vervuiling of een onnodig dure oplossing. De meest robuuste aanpak is daarom niet eerst een artikelnummer kiezen, maar eerst bepalen wat het object fysisch onderscheidt van zijn omgeving.

Inductief, capacitief, optisch en ultrasoon kunnen allemaal aanwezigheid detecteren, maar ze reageren op andere materiaaleigenschappen. De keuze wordt daarna verfijnd op afstand, snelheid, achtergrond, montage en PLC-interface.

Snelle oriëntatie

Welk detectieprincipe onderzoek je als eerste?

Geen absolute regels, wel een bruikbare eerste richting voor machinebouw en objectdetectie.

Stap 1

Wat wil je eigenlijk detecteren?

Materiaal is vaak het eerste selectiecriterium. Een sensor die ideaal is voor staal hoeft niets te kunnen met kunststof. Tegelijk zegt alleen “kunststof” nog niet genoeg: een zwarte doos, transparante PET-fles en dunne folie gedragen zich optisch heel verschillend.

MetaalStaal, RVS, aluminium, koper, messing en andere geleidende targets.
Kunststof / karton / houtVaak optisch, capacitief of ultrasoon afhankelijk van afstand en oppervlak.
Glas / transparante kunststofSpeciale optische techniek of ultrasoon kan nodig zijn.
Vloeistof / poeder / granulaatCapacitieve puntsignalering of ultrasone afstand/niveaudetectie zijn mogelijke richtingen.
Klein onderdeelObjectgrootte en detectiespot/veld worden kritisch.
Bewegend productResponstijd, schakelfrequentie en PLC-verwerking moeten passen bij de snelheid.
Selectiecheck vóór de datasheet

Welke vragen moet je eerst beantwoorden?

  • Welk materiaal moet worden gedetecteerd?
  • Hoe groot is het object en hoe constant is zijn positie?
  • Welke detectieafstand is mechanisch beschikbaar?
  • Hoe snel beweegt het object?
  • Moet alleen aanwezigheid worden geschakeld of moet afstand worden gemeten?
  • Is het oppervlak donker, glanzend, transparant of sterk variabel?
  • Zijn stof, olie, koelmiddel, water of reiniging aanwezig?
  • Welke temperatuur en trillingsbelasting gelden?
  • Kan de sensor bondig worden gemonteerd of is vrije ruimte nodig?
  • Welke uitgang en connector verwacht de PLC?
  • Is IO-Link of extra diagnose werkelijk nodig?
  • Betreft het een retrofit van een bestaande machine?
Metaaldetectie

Inductieve sensoren

Een inductieve naderingssensor wekt aan het actieve oppervlak een elektromagnetisch veld op. Een elektrisch geleidend metalen object beïnvloedt dit veld; de elektronica detecteert die verandering en schakelt de uitgang. De detectie is contactloos en niet afhankelijk van kleur.

Staal, RVS, aluminium, koper en messing kunnen worden gedetecteerd, maar de effectieve detectieafstand kan per materiaal verschillen. Daarom moet bij vervanging worden gecontroleerd of de opgegeven nominale afstand ook relevant is voor het werkelijke targetmateriaal. Sommige sensoren zijn specifiek ontworpen om materiaalinvloed te verkleinen, maar ook dan blijft de datasheet leidend.

Flush en non-flush

Een flush/bondige uitvoering kan binnen de montagevoorwaarden vaak vlak in omliggend metaal worden ingebouwd. Een non-flush uitvoering vraagt meer vrije ruimte rond de actieve kop zodat het veld zich kan ontwikkelen. Verkeerde montage kan detectieafstand en stabiliteit beïnvloeden.

M8M12M18M30rechthoekigeindpositie

Typische toepassingen zijn tandwieldetectie, metalen onderdeel aanwezig/afwezig, eindposities, machine-assen en palletstops met metalen target. Bekijk de inductieve sensoren.

Werkingsprincipe van een inductieve naderingssensor METAAL elektromagnetisch veld wordt door metalen target beïnvloed
Capacitieve detectie van vloeistof door kunststof wand VLOEISTOF detectie door geschikte niet-metalen wand kan mogelijk zijn
Metaal én niet-metaal

Capacitieve sensoren

Capacitieve sensoren reageren op veranderingen in een elektrisch veld en op verschillen in diëlektrische eigenschappen. Daardoor kunnen ze naast metaal ook kunststof, hout, papier, karton, glas, vloeistof, poeder en granulaat detecteren.

Een interessante toepassing is detectie door een niet-metalen wand. Bijvoorbeeld een minimum-niveau in een kunststof reservoir of granulaat in een kunststof hopper. Dat werkt alleen betrouwbaar wanneer sensor, wandmateriaal, wanddikte, product en gevoeligheidsinstelling bij elkaar passen.

Aandacht voor omgeving

Vocht, productopbouw, vervuiling, temperatuur en veranderende materiaaleigenschappen kunnen de detectie beïnvloeden. Capacitief is daarom zeer bruikbaar, maar vraagt vaak meer aandacht voor instelling en applicatievariatie dan inductieve metaaldetectie.

Bekijk de capacitieve sensoren.

Licht als detectiemiddel

Optische sensoren

Optische sensoren gebruiken licht om een object te detecteren. De techniek is zeer veelzijdig en kan van kleine onderdelen tot dozen en verpakkingen worden ingezet.

Zender / ontvanger

Zender en ontvanger staan tegenover elkaar en het object onderbreekt de lichtbundel. Dit principe kan een hoge detectiebetrouwbaarheid en relatief grote afstand bieden, afhankelijk van sensorserie. Er zijn wel twee montagepunten en vaak twee bekabelde zijden nodig.

Retro-reflectief

Sensor en bekabeling zitten aan één zijde; een reflector staat tegenover de sensor. Het object onderbreekt de retourbundel. Dit is praktisch wanneer toegang tot één machinezijde eenvoudiger is.

Diffuse reflectie

Het object zelf kaatst licht terug. Daardoor is geen reflector nodig, maar kleur, glans, vorm, hoek en achtergrond kunnen invloed hebben. Achtergrondonderdrukking kan helpen om objectafstand beter van een vaste achtergrond te scheiden.

dozenetikettenkunststofverpakkingtransportbandpositionering

Bekijk de optische sensoren.

Drie principes voor optische objectdetectie zender/ontvanger retro-reflectief diffuus optische eigenschappen en achtergrond bepalen mee welke variant past
Optische uitdaging

Donkere, glanzende en transparante objecten

Donkere objecten kunnen weinig licht terugkaatsen. Glanzende oppervlakken kunnen door spiegelreflectie het teruggekaatste licht sterk van richting veranderen. Transparante objecten laten juist veel licht door. Een standaard diffuse fotocel die prima werkt op een kartonnen doos kan daarom instabiel worden op zwarte kunststof, gepolijst metaal of een heldere PET-fles.

Mogelijke oplossingen zijn achtergrondonderdrukking, een andere montagehoek, een specifiek optisch principe, speciale transparantdetectie of een retro-reflectief systeem. In bepaalde toepassingen is ultrasoon interessant omdat kleur en transparantie veel minder bepalend zijn.

Bij transparante flessen en folie blijven materiaal, dikte, vorm, afstand, achtergrond en beweging belangrijke selectiegegevens. Er bestaat geen universeel “transparantsensorprincipe” dat iedere verpakking probleemloos ziet.

Werkingsprincipe van ultrasone objectdetectie OBJECT tijd tussen geluidspuls en echo geeft informatie over objectafstand
Geluid in plaats van licht

Ultrasone sensoren

Een ultrasone sensor zendt een geluidspuls uit boven het hoorbare gebied. De puls reflecteert op het object en keert terug naar de sensor. Uit de looptijd kan de elektronica bepalen of een object aanwezig is of op welke afstand het zich bevindt, afhankelijk van de sensorfunctie.

Kleur, donkerte en optische transparantie zijn veel minder bepalend dan bij optische detectie. Daarom kan ultrasoon interessant zijn voor transparante objecten, vloeistofniveau, dozen, pallets en andere grote targets.

Waar moet je op letten?

  • dode zone dicht bij de sensor;
  • schuine oppervlakken die geluid weg reflecteren;
  • zachte of sterk geluidabsorberende materialen;
  • kleine targets ten opzichte van het geluidsveld;
  • temperatuur en luchtcondities;
  • onderlinge beïnvloeding bij meerdere sensoren, afhankelijk van opstelling.

Bekijk de ultrasone sensoren.

Vergelijking

Inductief versus capacitief

Inductief

  • voor metalen targets;
  • vaak zeer robuust en snel;
  • kleur speelt geen rol;
  • relatief korte detectieafstand;
  • effectieve afstand kan materiaalafhankelijk zijn.

Capacitief

  • metaal én niet-metaal;
  • kunststof, vloeistof, poeder en granulaat;
  • detectie door niet-metalen wand kan mogelijk zijn;
  • gevoeliger voor vocht, productopbouw en instelling;
  • interessant wanneer inductief het materiaal niet kan zien.

Voor een metalen target is inductief meestal het eerste principe om te onderzoeken. Voor niet-metaal, niveau of detectie door een geschikte kunststof wand kan capacitief interessanter zijn.

Vergelijking

Optisch versus ultrasoon

EigenschapOptischUltrasoon
KleurgevoeligheidKan afhankelijk zijn van principe en objectoppervlakKleur meestal weinig relevant
TransparantieSpeciale techniek kan nodig zijnKan interessant zijn wanneer echo voldoende is
AfstandVan kort tot groot, sterk type-afhankelijkVaak interessant op middelgrote/grotere afstanden
Kleine objectenKan sterk zijn met geschikte spot/bundelTarget moet voldoende echo geven binnen geluidsveld
SnelheidZeer snelle detectie mogelijk, type-afhankelijkResponstijd controleren voor snelle processen
Stof/vervuilingOptiek kan vervuilenKan minder afhankelijk zijn van optische vervuiling, applicatie-afhankelijk
Typische toepassingDozen, onderdelen, labels, transportbanenNiveau, transparant object, pallet, grotere targets
Belangrijk onderscheid

Detecteren of meten?

Een detectiesensor beantwoordt vooral de vraag: “is het object aanwezig?” De uitgang is dan bijvoorbeeld ON/OFF. Een meetsensor beantwoordt een andere vraag: “op welke afstand of positie staat het object?” en levert een continue waarde via bijvoorbeeld 0–10 V, 4–20 mA, IO-Link of een digitale interface.

Een fotocel die controleert of een doos aanwezig is, doet detectie. Een lasersensor die moet bepalen of dezelfde doos 243 mm hoog is, doet meting. Voor dat tweede vraagstuk hoort de selectie thuis bij industriële meetsensoren voor afstands- en positiemeting.

Het woord “lasersensor” zegt daarom op zichzelf nog niet genoeg. Laser kan worden gebruikt voor eenvoudige objectdetectie én voor nauwkeurige afstandsmeting. Bekijk ook de laser sensoren.

Geometrie

Objectgrootte, lichtspot en detectieveld

Bij een draad, pin, kleine schroef, printcomponent of smalle rand is het niet genoeg dat het materiaal technisch detecteerbaar is. De fysieke spotdiameter of detectiezone moet ook bij het object passen. Een te grote lichtspot kan deels de achtergrond zien; een ultrasoon veld kan een klein target onvoldoende onderscheiden.

Controleer daarom bundelgeometrie, objectpositie, achtergrond en mechanische toleranties. Bij kleine metalen onderdelen kan zowel een compacte inductieve sensor als een optische sensor met geschikte spot logisch zijn.

Dynamiek

Detectieafstand, responstijd en transportsnelheid

Inductieve en capacitieve detectie werkt doorgaans op relatief korte afstanden. Optische principes kunnen van korte tot veel grotere afstanden lopen, afhankelijk van het type. Ultrasoon kan interessant zijn op middelgrote tot grotere afstanden. Groter bereik is echter niet automatisch beter: meer bereik kan ook een grotere detectiezone of grotere gevoeligheid voor achtergrond en uitlijning betekenen.

Bij snelle producten moeten responstijd, schakelfrequentie, objectlengte, transportsnelheid en PLC-scan samen worden bekeken. Een sensor kan het materiaal theoretisch prima detecteren maar alsnog te langzaam zijn om een klein product op hoge bandsnelheid betrouwbaar te schakelen.

Industriële omgeving

Welke sensor werkt in stof, olie, water of reiniging?

Stof

Optische sensoren kunnen last krijgen van vervuilde lenzen of een veranderende lichtweg. Inductief en ultrasoon kunnen in bepaalde toepassingen robuuster zijn, maar ook daarbij blijven de concrete sensoruitvoering en montage belangrijk.

Olie en koelmiddel

Controleer behuizingsmateriaal, afdichting, connector, kabelmantel en actieve oppervlak. Een geschikte IP-classificatie zegt niet automatisch dat alle gebruikte kunststoffen en afdichtingen chemisch bestand zijn tegen het medium.

Water en reiniging

IP-classificatie, condens, reinigingsdruk, temperatuur en eventuele waterfilm op optiek kunnen relevant zijn. IP67, IP68 of IP69 zegt iets over binnendringing volgens de betreffende testcondities, maar niet automatisch over chemische bestendigheid.

Trilling en temperatuur

Sensorlimieten, mechanische montage, connectorborging en kabelgeleiding moeten passen bij de machine. Bij specialistische hoge-temperatuurtoepassingen kan een andere sensortechniek of externe elektronica nodig zijn.

PLC & elektrische compatibiliteit

Het detectieprincipe is niet hetzelfde als de elektrische uitgang

Een inductieve, capacitieve, optische of ultrasone sensor kan afhankelijk van uitvoering verschillende elektrische uitgangen hebben. Denk aan PNP, NPN, NO, NC of IO-Link. Het detectieprincipe vertelt dus wat de sensor ziet; de uitgang vertelt hoe de besturing die informatie ontvangt.

Controleer voedingsspanning, PNP/NPN, NO/NC, maximale schakelfrequentie, kabel/connector, pinout en een eventuele IO-Link master. Een sensor kan fysiek en detectietechnisch perfect passen en elektrisch toch onbruikbaar zijn.

Voor de elektrische kant staat dit verder uitgewerkt in PNP, NPN, 4–20 mA en IO-Link uitgelegd.

Mechanische uitvoering

M8, M12, M18 en M30: bouwvorm is niet hetzelfde als detectieprestatie

M8, M12, M18 en M30 verwijzen bij cilindrische sensoren naar de metrische draadmaat/behuizing. Die maat zegt niet automatisch iets over PNP/NPN, targetmateriaal, connector of exacte detectieafstand. Een grotere behuizing kan bij bepaalde technologieën meer detectiebereik mogelijk maken, maar dat is geen universele regel.

Bij beperkte inbouwruimte kan een compacte sensor nodig zijn. Bij retrofit moeten daarnaast lengte, schroefdraad, connectorpositie en flush/non-flush montage worden vergeleken.

Kabel of connector

Vaste kabel, M8 of M12?

Een vaste kabel kan compact zijn en vermijdt een extra stekkerverbinding. Een connector maakt vervanging, gestandaardiseerde machinebekabeling en onderhoud vaak eenvoudiger. M8 en M12 worden veel gebruikt, maar de connectorvorm zegt niets over de elektrische functie of pinout.

Controleer altijd het aansluitschema. Voor de machinezijde kunt u ook de industriële sensorkabels bekijken.

Retrofit & second source

Een bestaande detectiesensor vervangen: vergelijk meer dan alleen het typenummer

Een alternatief hoeft niet van hetzelfde merk te zijn, maar alle kritische specificaties moeten worden gecontroleerd. Vergelijk minimaal:

  • Techniek: inductief, capacitief, optisch of ultrasoon;
  • Mechanisch: bouwvorm, diameter/draad, lengte, montage en flush/non-flush;
  • Detectie: bereik, targetmateriaal, schakelfrequentie, hysterese en eventuele achtergrondonderdrukking;
  • Elektrisch: voedingsspanning, PNP/NPN, NO/NC en IO-Link;
  • Aansluiting: vaste kabel, connector en pinout;
  • Omgeving: IP-klasse, temperatuur, olie, reiniging en trillingen.

Een mechanisch passende sensor kan dus functioneel of elektrisch nog steeds ongeschikt zijn. Meer hierover bij sensorvervanging en retrofit.

Praktijkvoorbeelden

Welke techniek onderzoek je in typische machinebouwsituaties?

1. Metaal op transportband

Inductief is vaak de eerste techniek wanneer afstand en montage dit toelaten: het doelmateriaal is metaal en kleur of vervuiling van een optische achtergrond speelt minder mee.

2. Kunststof doos

Optisch is vaak logisch op een transportband. Capacitief kan bij korte afstand interessant zijn; ultrasoon kan een alternatief zijn wanneer kleur en reflectie sterk variëren.

3. Transparante fles

Een standaard diffuse sensor is niet altijd stabiel genoeg. Onderzoek speciale transparantdetectie, retro-reflectief of ultrasoon afhankelijk van flesvorm, afstand en achtergrond.

4. Vloeistof in kunststof reservoir

Voor een puntsignalering kan capacitieve detectie door de wand interessant zijn. Voor continue niveaumeting hoort mogelijk een ultrasone of andere meetsensor in beeld.

5. Klein metalen onderdeel

Inductief kan sterk zijn bij voldoende targetgrootte en korte afstand. Een optische sensor met kleine spot kan beter passen wanneer geometrie of montage dit vraagt.

6. Doos op grotere afstand

Optische detectie is vaak interessant. Vergelijk zender/ontvanger, retro-reflectief en diffuse detectie; ultrasoon kan relevant zijn wanneer kleur of achtergrond optisch lastig is.

7. Granulaat in hopper

Capacitief past bij puntniveau of materiaal aanwezig/afwezig. Voor continue afstand of niveau is ultrasoon of een andere meettechniek logischer om te onderzoeken.

Snelle keuzehulp

Praktische beslisboom voor een detectiesensor

Is het target metaal?
Onderzoek inductief eerst
Niet-metaal, korte afstand of detectie door kunststof wand?
Onderzoek capacitief of optisch
Klein object dat snel beweegt?
Optisch of inductief, afhankelijk van materiaal
Transparant/donker object geeft optische problemen?
Speciale optiek of ultrasoon onderzoeken
Vloeistof door kunststof wand detecteren?
Capacitief onderzoeken
Exacte afstand nodig in plaats van alleen ja/nee?
Onderzoek een meetsensor
Technisch overzicht

Inductief, capacitief, optisch en ultrasoon vergeleken

TechniekPrincipeGeschikte materialenMetaalKunststofTransparantVloeistof Typische afstandKleine objectenHoge snelheidKleurgevoeligOmgevingsaandachtTypische toepassingBelangrijkste voordeelBelangrijkste beperking
InductiefElektromagnetisch veldGeleidende metalenZeer geschiktNeeN.v.t.NeeRelatief kortGoed mogelijkVaak sterkNeeMontage en targetmateriaalEindpositie, metalen onderdeelRobuust en kleuronafhankelijkAlleen metaal
CapacitiefVerandering capacitief veldMetaal en veel niet-metalenJaJaKanJaRelatief kortApplicatie-afhankelijkType-afhankelijkNeeVocht, productopbouw, instellingNiveau, kunststof, granulaatVeel materiaalsoortenOmgevingsgevoeliger
OptischLichtbundel / reflectieVeel materialenJaJaSpeciale uitvoering vaak nodigAfhankelijk van oppervlakKort tot grootVaak zeer geschiktZeer snel mogelijkKanVervuiling, achtergrond, reflectieDozen, labels, onderdelenVeelzijdig en snelOptische eigenschappen kunnen invloed hebben
UltrasoonGeluidspuls en echoVeel vaste en vloeibare targetsJaJaVaak interessantJaMiddelgroot tot groterTargetgrootte belangrijkResponstijd controlerenVeel minderDode zone, hoek, luchtconditiesNiveau, pallet, transparant objectMinder afhankelijk van optiekTargetvorm en echo blijven kritisch

Snelle keuze op basis van object

ObjectEerste techniek(en) om te onderzoekenWaarom
StaalInductiefMetaal is het primaire sterke toepassingsgebied.
AluminiumInductiefDetecteerbaar, maar effectieve afstand kan verschillen van staal.
KunststofOptisch / capacitief / ultrasoonAfstand, kleur en omgeving bepalen welke techniek logischer is.
KartonOptischVeelvoorkomende transportbandtoepassing; oppervlakte meestal goed detecteerbaar.
Transparante flesSpeciale optiek / ultrasoonStandaard diffuse detectie kan te weinig contrast geven.
GlasSpeciale optiek / ultrasoonTransparantie en reflecties vragen extra aandacht.
VloeistofCapacitief / ultrasoonPuntdetectie door wand versus niveau/afstand zijn verschillende vraagstukken.
GranulaatCapacitief / ultrasoonPuntsignalering versus continue niveaumeting.
Donkere doosOptisch met geschikte technologie / ultrasoonLage reflectie kan standaard diffuse optiek bemoeilijken.
Glanzend onderdeelOptisch met aangepaste geometrie / inductief indien metaalSpiegelreflectie kan standaard optiek beïnvloeden.
PalletOptisch / ultrasoonGroot object; afstand en achtergrond bepalen de keuze.
Klein metalen onderdeelInductief / optischTargetgrootte, snelheid en montage zijn doorslaggevend.
Valkuilen

16 veelgemaakte fouten bij detectiesensoren

1. Capacitief kiezen voor metaal terwijl inductief eenvoudiger en stabieler kan zijn.
2. Detectieafstand als enige selectiecriterium gebruiken.
3. Kleur en reflectiviteit bij diffuse optische detectie vergeten.
4. Transparant materiaal behandelen als een standaard ondoorzichtig object.
5. De achtergrond niet meenemen bij optische detectie.
6. Flush/non-flush verkeerd monteren.
7. Van targetmetaal wisselen zonder materiaalinvloed op inductieve afstand te controleren.
8. Sensoren te dicht bij elkaar plaatsen zonder mogelijke onderlinge beïnvloeding te beoordelen.
9. De dode zone van ultrasoon vergeten.
10. Een klein target te ver weg willen detecteren.
11. PNP/NPN en NO/NC niet controleren.
12. Connectorvorm gelijkstellen aan pinout.
13. IP-classificatie verwarren met chemische bestendigheid.
14. Te veel technologie toepassen terwijl een eenvoudige sensor voldoende is.
15. Een meetsensor kopen terwijl alleen ja/nee nodig is.
16. Een detectiesensor gebruiken terwijl de machine eigenlijk exacte afstand nodig heeft.
Voor bestelling

Detectiesensor kiezen: 18 punten om te controleren

  1. targetmateriaal
  2. objectgrootte
  3. kleur
  4. transparantie
  5. reflectiviteit
  6. detectieafstand
  7. transportsnelheid
  8. achtergrond
  9. montage
  10. omgeving
  11. temperatuur
  12. IP-klasse
  13. voedingsspanning
  14. PNP/NPN en NO/NC
  15. connector/bekabeling
  16. IO-Link
  17. retrofit/vervangbaarheid
  18. benodigde diagnose
Voor een gerichte aanvraag

Welke gegevens heeft Indusen nodig?

Voor een sensorselectie is een korte applicatiebeschrijving vaak waardevoller dan alleen “ik zoek een sensor”. Stuur bij voorkeur:

  • wat moet worden gedetecteerd
  • materiaal
  • kleur
  • transparant ja/nee
  • objectgrootte
  • gewenste detectieafstand
  • snelheid
  • omgeving
  • beschikbare inbouwruimte
  • voedingsspanning
  • PNP/NPN
  • NO/NC
  • kabel of connector
  • PLC/input
  • foto van de toepassing
  • bestaand typenummer bij vervanging
Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over detectiesensoren

Welke sensor gebruik je voor metalen objecten?

Voor metalen targets is een inductieve sensor meestal de eerste techniek om te onderzoeken. De effectieve detectieafstand kan wel verschillen per metaal, sensorserie en montage. Bij grotere afstanden, zeer kleine targets of speciale geometrie kan optische detectie eveneens interessant zijn.

Wat is het verschil tussen inductief en capacitief?

Inductieve sensoren reageren op elektrisch geleidende metalen targets via een elektromagnetisch veld. Capacitieve sensoren reageren op veranderingen in een elektrisch veld en kunnen daardoor ook niet-metalen materialen zoals kunststof, glas, vloeistof, poeder of granulaat detecteren. Capacitieve detectie is vaak gevoeliger voor omgeving en instelling.

Kan een inductieve sensor kunststof detecteren?

Niet als standaard detectieprincipe. Een inductieve naderingssensor is bedoeld voor elektrisch geleidende metalen targets. Voor kunststof zijn optische, capacitieve of ultrasone sensoren vaak logischere technieken om te onderzoeken.

Welke sensor gebruik je voor kunststof?

Dat hangt af van afstand, kleur, vorm en omgeving. Optisch is vaak aantrekkelijk op transportbanen of bij grotere afstanden. Capacitief kan interessant zijn op korte afstand of voor detectie door een niet-metalen wand. Ultrasoon kan nuttig zijn wanneer kleur of transparantie optische detectie lastig maakt.

Welke sensor detecteert transparante flessen?

Speciale optische transparantdetectie of een retro-reflectief systeem kan hiervoor geschikt zijn. Ultrasoon kan in bepaalde toepassingen een alternatief zijn omdat kleur en optische transparantie veel minder bepalend zijn. Vorm, dikte, afstand en achtergrond blijven belangrijk.

Is ultrasoon onafhankelijk van kleur?

Kleur en optische reflectiviteit zijn bij ultrasone detectie veel minder bepalend dan bij optische sensoren. Toch is ultrasoon niet onafhankelijk van alle objecteigenschappen: doelhoek, targetgrootte, geluidabsorptie en luchtcondities kunnen de detectie beïnvloeden.

Welke sensor gebruik je voor vloeistof?

Voor een puntsignalering door een kunststof wand kan capacitieve detectie interessant zijn. Voor contactloze niveaudetectie of continue afstandsmeting kan ultrasoon of een andere meetmethode passen. 'Vloeistofdetectie' moet daarom eerst worden opgesplitst in aanwezigheid, minimum/maximum niveau of continue meting.

Wanneer kies je optisch in plaats van ultrasoon?

Optische sensoren zijn vaak interessant bij snelle detectie, kleine objecten, duidelijke lichtonderbreking of grotere detectieafstanden. Ultrasoon kan aantrekkelijker zijn wanneer kleur, transparantie of oppervlaktereflectie de optische detectie bemoeilijken. De juiste keuze hangt af van object, snelheid, afstand en omgeving.

Wat is het verschil tussen een detectiesensor en een meetsensor?

Een detectiesensor beantwoordt vooral een ja/nee-vraag: is het object aanwezig? Een meetsensor levert een continue waarde zoals afstand, positie of hoogte. Een fotocel voor doos-aanwezigheid is detectie; een lasersensor die de exacte hoogte van die doos bepaalt is meting.

Kan een capacitieve sensor door een kunststof wand detecteren?

Dat kan in geschikte toepassingen. Wandmateriaal, wanddikte, gevoeligheidsinstelling, producteigenschappen en montage bepalen of het verschil betrouwbaar genoeg is. Het moet daarom altijd met het concrete reservoir en materiaal worden beoordeeld.

Welke sensor is het snelst?

Daar is geen universeel antwoord op. Optische en inductieve sensoren kunnen zeer snel schakelen, maar de werkelijke responstijd en schakelfrequentie verschillen per model. De objectlengte, transportsnelheid en PLC-verwerking moeten samen met de sensorspecificatie worden beoordeeld.

Wat betekent flush bij een sensor?

Flush of bondige montage betekent dat een sensor, binnen de montagevoorwaarden van de fabrikant, vlak in omliggend materiaal kan worden ingebouwd. Non-flush uitvoeringen hebben doorgaans meer vrije ruimte rond het actieve oppervlak nodig zodat het detectieveld zich correct kan ontwikkelen.

Hoe vervang je een bestaande detectiesensor?

Vergelijk niet alleen het typenummer of de bouwvorm. Controleer detectieprincipe, bereik, targetmateriaal, flush/non-flush, responstijd, voedingsspanning, PNP/NPN, NO/NC, kabel of connector, pinout, IP-klasse, temperatuur en montage. Een mechanisch passende vervanger kan elektrisch of functioneel toch ongeschikt zijn.

Van vraagstuk naar oplossing

Welke detectiesensor past bij uw toepassing?

De keuze tussen inductief, capacitief, optisch en ultrasoon begint niet bij een artikelnummer, maar bij het object en de toepassing. Materiaal, afstand, snelheid, omgeving, montage en elektrische aansluiting bepalen samen welke sensortechniek technisch én economisch logisch is.

Indusen kan verschillende detectieprincipes en alternatieven vergelijken voor een nieuwe machine of bestaande installatie.

Bekijk detectiesensoren Bekijk sensoroplossingen Sensor vervangen / retrofit Bespreek uw toepassing


Welke uitgang moet een industriële sensor hebben?