Bij het selecteren van een encoder wordt vaak als eerste gekeken naar resolutie, interface of bouwvorm. Toch begint een goede encoderkeuze meestal eerder met een andere vraag: heeft uw toepassing een absolute of incrementele encoder nodig?
Dat verschil lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar in de praktijk heeft het directe invloed op de betrouwbaarheid van de machine, de herstart na spanningsuitval, de complexiteit van de besturing en de geschiktheid voor vervanging of retrofit.
Voor machinebouwers, engineers en technische inkopers is dit daarom een belangrijke keuze. Een encoder die elektrisch past, is niet automatisch de beste oplossing voor de toepassing.
Wat is een incrementele encoder?
Een incrementele encoder genereert pulssignalen op basis van de rotatie van een as. Met die pulsen bepaalt de besturing snelheid, draairichting en relatieve positie. Dit maakt incrementele encoders bijzonder geschikt voor toepassingen waarbij snelheidsmeting en relatieve positieterugkoppeling belangrijk zijn.
Een incrementele encoder registreert echter niet direct de absolute positie van een as na spanningsuitval. Na een herstart is daarom vaak een referentie- of homing-procedure nodig om de machine opnieuw in de juiste uitgangspositie te brengen.
Incrementele encoders worden veel toegepast in:
- transportsystemen
- motorfeedback
- verpakkingsmachines
- handling-systemen
- algemene industriële automatisering
Wat is een absolute encoder?
Een absolute encoder kent aan iedere positie van een as een unieke digitale waarde toe. Daardoor is de actuele positie direct bekend zodra de encoder wordt uitgelezen. Ook na een spanningsuitval blijft die positie-informatie beschikbaar.
Juist dat maakt absolute encoders interessant voor toepassingen waar directe positieterugkoppeling nodig is en waar stilstand, herstarttijd of foutieve referentiepositie ongewenst zijn.
Absolute encoders worden veel toegepast in:
- positioneersystemen
- robotica
- verpakkingsmachines
- draaibewegingen
- complexe machineassen
- toepassingen waar geen homing gewenst is
Wat is in de praktijk het belangrijkste verschil?
Het belangrijkste verschil tussen een absolute en incrementele encoder zit niet alleen in het meetsignaal, maar vooral in wat er gebeurt wanneer de machine stopt of opnieuw wordt gestart.
Een incrementele encoder is vaak een logische keuze wanneer relatieve beweging en snelheidsmeting voldoende zijn. Een absolute encoder is interessanter wanneer de positie direct beschikbaar moet blijven, ook na spanningsuitval of noodstop.
Daarmee is de keuze dus sterk afhankelijk van de toepassing.
Wanneer kiest u voor een incrementele encoder?
Een incrementele encoder is in veel gevallen een goede keuze wanneer:
- snelheidsmeting centraal staat
- relatieve positiebepaling voldoende is
- een homing-procedure acceptabel is
- de toepassing technisch eenvoudiger is
- kosten en eenvoud meewegen in de selectie
Voor veel standaard machinebouwtoepassingen is een incrementele encoder een betrouwbare en efficiënte oplossing. Zeker wanneer de machine na opstarten toch al een referentiecyclus doorloopt.
Wanneer kiest u voor een absolute encoder?
Een absolute encoder is vaak de betere keuze wanneer:
- de exacte positie direct beschikbaar moet zijn
- de machine na spanningsuitval direct moet kunnen doorstarten
- homing ongewenst of onpraktisch is
- foutieve referentiepositie grote gevolgen heeft
- meerdere omwentelingen bewaakt moeten worden
- hogere proceszekerheid nodig is
Voor toepassingen waar stilstand kostbaar is of waar positie-informatie direct beschikbaar moet blijven, biedt een absolute encoder vaak duidelijke voordelen.

Singleturn of multiturn: wanneer is dat belangrijk?
Binnen absolute encoders wordt vaak onderscheid gemaakt tussen singleturn en multiturn.
Een singleturn absolute encoder registreert de positie binnen één omwenteling.
Een multiturn absolute encoder registreert daarnaast ook meerdere volledige omwentelingen.
De juiste keuze hangt af van de mechanische beweging van de toepassing. Bij assen of systemen die meerdere rotaties maken, is multiturn vaak noodzakelijk om de volledige positie correct te blijven volgen.
Alleen resolutie vergelijken is niet genoeg
In de praktijk wordt nog te vaak gekeken naar alleen resolutie of pulsenaantal. Maar een encoder moet niet alleen op papier kloppen — hij moet ook mechanisch, elektrisch en functioneel passen binnen de machine.
Belangrijke aandachtspunten bij encoderselectie zijn onder andere:
- absolute of incrementele werking
- singleturn of multiturn
- resolutie of pulsenaantal
- interface of uitgangssignaal
- voedingsspanning
- massieve of holle as
- montagevorm en flens
- beschermingsklasse
- trillingen, vocht, temperatuur en vervuiling
- integratie met PLC, drive of besturing
Juist die combinatie bepaalt of een encoder in de praktijk stabiel en betrouwbaar functioneert.
Ook bij vervanging is dit verschil belangrijk
Bij encodervervanging wordt vaak eerst gekeken naar het oude typenummer. Toch is dat lang niet altijd voldoende. Zeker bij oudere machines, retrofitprojecten of encoders die niet meer leverbaar zijn, moet opnieuw worden beoordeeld welk encoderprincipe echt nodig is.
Soms blijkt dat een bestaande incrementele encoder prima vervangen kan worden door een vergelijkbare uitvoering. In andere gevallen is juist een absolute encoder technisch interessanter, bijvoorbeeld om homing te vermijden of de proceszekerheid te verhogen.
Daarom begint een goede vervanging niet bij het typenummer, maar bij de toepassing.
Welke encoder past bij uw machine?
Er is geen algemene regel die zegt dat een absolute encoder altijd beter is dan een incrementele encoder, of andersom. De juiste keuze hangt af van de vraag wat de machine moet weten, hoe kritisch de positie-informatie is en hoe de encoder binnen de besturing en mechanica past.
Kort samengevat:
Kies vaker een incrementele encoder als:
- snelheid en relatieve positie voldoende zijn
- homing acceptabel is
- de toepassing eenvoudig en kostenefficiënt moet blijven
Kies vaker een absolute encoder als:
- de exacte positie direct beschikbaar moet zijn
- herstart zonder homing gewenst is
- positie-informatie na spanningsuitval behouden moet blijven
Welke encoder past bij uw machine?
Bij de keuze tussen een absolute of incrementele encoder speelt niet alleen het encoderprincipe een rol, maar ook het merk en de toepassing. Wachendorff is bijvoorbeeld interessant voor robuuste industriële encoderoplossingen in machinebouw, vervanging en toepassingen waar interfacekeuze en mechanische belastbaarheid belangrijk zijn. Precizika Metrology is juist sterk in encoderoplossingen waar hoge nauwkeurigheid, stabiele positieterugkoppeling en precisietoepassingen centraal staan.
Hulp bij de juiste encoderkeuze
Bij Indusen ondersteunen wij OEM’s, machinebouwers en engineers bij het selecteren en vervangen van encoders voor industriële toepassingen. Daarbij kijken wij niet alleen naar resolutie of interface, maar juist naar de volledige toepassing: mechanisch, elektrisch en functioneel.
Twijfelt u tussen een absolute of incrementele encoder? Dan denken wij graag mee bij de juiste keuze voor uw machine of installatie.