CANopen encoders: werking, integratie en selectie voor machinebouw
Een CANopen encoder combineert absolute positiemeting met communicatie over een CAN-gebaseerd industrieel netwerk. Voor een betrouwbare toepassing moet echter meer worden beoordeeld dan alleen het woord CANopen op de datasheet.
In deze technische gids behandelen we CiA 301 en CiA 406, PDO en SDO, Node-ID, baudrate, scaling, singleturn en multiturn, bekabeling, inbedrijfstelling en het vervangen van bestaande CANopen encoders.
Een encoder selecteren of vervangen?
Stuur uw vraag, typenummer of beschikbare technische informatie direct door.
Bij een eenvoudige incrementele encoder ontvangt een besturing meestal pulsen. Een absolute CANopen encoder kan daarentegen een absolute positiewaarde als digitaal netwerkdevice beschikbaar maken. Afhankelijk van encoder en implementatie kunnen daarnaast parameters, snelheid, statusinformatie en diagnosegegevens worden uitgewisseld.
Toch is CANopen alleen geen volledige encoderspecificatie. Voor een betrouwbare selectie zijn ook encoderprincipe, singleturn of multiturn, resolutie, asconstructie, flens, voeding, connectoren, omgeving en de configuratie van het bestaande CANopen-netwerk bepalend. Bekijk voor de basis ook het overzicht met industriële encoders .
Wat is een CANopen encoder?
Een encoder meet een mechanische positie of beweging en zet deze om in elektrische of digitale informatie. Bij een CANopen encoder wordt de relevante informatie via een CANopen-netwerk naar een PLC, controller, drive of andere besturing verzonden.
CANopen gebruikt CAN als communicatielaag, maar voegt daar gestandaardiseerde afspraken aan toe voor apparaatcommunicatie, procesdata, parametrering, netwerkmanagement en diagnose.
Een CANopen encoder kan bijvoorbeeld magnetisch of optisch meten. CANopen beschrijft de communicatie met de besturing, niet het fysieke meetprincipe waarmee de positie wordt bepaald.
Wat is het verschil tussen CAN en CANopen?
De termen CAN en CANopen worden in de praktijk regelmatig door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. CAN verzorgt de basis voor communicatie over de bus. CANopen definieert daarboven hoe apparaten zich binnen het netwerk gedragen en hoe gegevens worden georganiseerd.
De elektrische verbinding tussen de verschillende nodes, inclusief CAN High, CAN Low en correcte busterminatie.
CAN verzorgt de uitwisseling van berichten tussen de aangesloten apparaten.
CANopen voegt apparaatprofielen, Object Dictionary, PDO's, SDO's, netwerkmanagement en gestandaardiseerde configuratie toe.
De vermelding CAN op een apparaat is daarom niet automatisch voldoende om te concluderen dat het apparaat CANopen ondersteunt.
Waarom wordt CANopen vaak met absolute encoders gecombineerd?
Bij een absolute encoder hoort bij iedere ondersteunde mechanische positie een digitale positiewaarde. De besturing hoeft daardoor niet uitsluitend pulsen vanaf een nulpunt op te tellen om de actuele positie te bepalen.
Dit maakt absolute encoders interessant voor machines waarbij de positie na het inschakelen direct bekend moet zijn of waarbij opnieuw refereren ongewenst is.
Via CANopen kan de absolute positiewaarde als procesdata aan de besturing beschikbaar worden gesteld. Afhankelijk van de encoder kunnen daarnaast aanvullende parameters, snelheid en diagnose-informatie beschikbaar zijn.
Bekijk ook de absolute encoders voor positiemeting .
Singleturn of multiturn CANopen encoder?
Een singleturn absolute encoder bepaalt de unieke hoekpositie binnen één volledige omwenteling. Na 360 graden begint het hoekbereik opnieuw.
Een multiturn absolute encoder registreert naast de hoek binnen één omwenteling ook de positie over meerdere omwentelingen. Daarmee kan bijvoorbeeld de positie van een lift, lier, spindel, opslagmachine of lineaire as worden bepaald.
Hoeveel encoderresolutie is nodig?
De singleturnresolutie van een absolute encoder wordt vaak uitgedrukt in bits. Een 16-bit encoder verdeelt één omwenteling theoretisch in 216 = 65.536 digitale stappen.
Een hogere resolutie betekent niet automatisch een hogere absolute nauwkeurigheid. Speling, koppelingen, lagering, uitlijning, elasticiteit en de machineconstructie beïnvloeden eveneens de uiteindelijke positienauwkeurigheid.
Wat betekenen CiA 301 en CiA 406?
Bij CANopen encoders worden regelmatig verwijzingen naar CiA 301 en CiA 406 aangetroffen.
CiA 301
CiA 301 vormt de basis van CANopen-communicatie en beschrijft onder andere netwerkmanagement, PDO's, SDO's en de algemene structuur van het Object Dictionary.
CiA 406
CiA 406 is een device profile voor encoders en beschrijft gestandaardiseerde encoderfuncties binnen CANopen.
Twee encoders kunnen beide CiA 406 ondersteunen maar toch verschillen in mechanica, resolutie, objectimplementatie, configuratie, connectoren of PDO-layout.
Wat is het CANopen Object Dictionary?
Het Object Dictionary is de gestructureerde verzameling communicatieparameters, apparaatparameters en waarden die binnen een CANopen-device beschikbaar zijn.
Bij een encoder kunnen hierin bijvoorbeeld positie, scaling, preset, snelheid en andere encoderfuncties aanwezig zijn.
Bij vervanging is het daarom verstandig niet alleen naar het woord CANopen te kijken, maar ook naar de objecten die de bestaande PLC of controller gebruikt.
PDO en SDO: wat is het verschil?
Twee belangrijke begrippen binnen CANopen zijn PDO en SDO.
| Onderdeel | PDO | SDO | Typisch gebruik | Praktische betekenis |
|---|---|---|---|---|
| Volledige naam | Process Data Object | Service Data Object | Procesdata versus configuratie | Verschillende communicatiedoelen |
| Encoder | Bijvoorbeeld actuele positie | Bijvoorbeeld parameterinstelling | Meten versus configureren | Implementatie is deviceafhankelijk |
Transmit PDO
Wanneer een encoder informatie naar andere CANopen-nodes verzendt, wordt hiervoor doorgaans een Transmit PDO gebruikt.
Synchrone of asynchrone overdracht
PDO's kunnen afhankelijk van device en configuratie bijvoorbeeld synchroon of eventgestuurd worden verzonden.
Node-ID en baudrate van een CANopen encoder
Iedere CANopen-node moet correct in het netwerk worden geconfigureerd. Twee belangrijke parameters zijn de Node-ID en de baudrate.
Node-ID
Met de Node-ID wordt een apparaat binnen het CANopen-netwerk geïdentificeerd.
Baudrate
Alle apparaten op hetzelfde CAN-netwerk moeten met een compatibele communicatiesnelheid werken.
Binnen de Wachendorff WDGA CANopen-serie worden afhankelijk van uitvoering Node-ID's binnen het CANopen-bereik ondersteund en baudrates van 10 kBaud tot 1 MBaud. Controleer bij een concreet apparaat altijd de actuele datasheet en configuratie.
Wat is LSS bij CANopen?
LSS staat voor Layer Setting Services en kan worden gebruikt om ondersteunde CANopen-apparaten op netwerkniveau te configureren.
Controleer voeding, CAN High, CAN Low, afscherming en terminatie.
Controleer Node-ID en baudrate.
Configureer waar nodig via LSS, SDO of fabrikantsoftware.
Controleer PDO-layout, positiewaarde en datatype.
Controleer richting, scaling, preset en bereik.
Heartbeat en Node Guarding
In een industrieel netwerk is niet alleen de positiewaarde belangrijk. De besturing moet vaak ook kunnen bepalen of een device nog actief en bereikbaar is.
CANopen biedt hiervoor mechanismen zoals Heartbeat. Node Guarding komt eveneens voor in CANopen-systemen.
Preset, draairichting en scaling
Preset
Met een presetfunctie kan de actuele mechanische positie, wanneer ondersteund, aan een gewenste digitale positiewaarde worden gekoppeld.
Scaling
De digitale encoderwaarde kan worden omgerekend naar bijvoorbeeld graden, millimeters of meters.
Bij een spindel bepaalt de spoed bijvoorbeeld hoeveel millimeter één omwenteling vertegenwoordigt.
Controleer ook de draairichting. Een mechanisch correct gemonteerde encoder kan een tegengestelde positieve telrichting hebben ten opzichte van wat de PLC verwacht.
CANopen bekabeling en 120 Ω terminatie
Een CANopen encoder kan alleen betrouwbaar communiceren wanneer de fysieke CAN-bus correct is opgebouwd.
Aan beide uiteinden van een relevant CAN-bussegment wordt doorgaans een 120 Ω afsluitweerstand toegepast.
CANopen-compatible betekent nog niet mechanisch passend
Een encoder kan communicatietechnisch passen maar mechanisch toch ongeschikt zijn.
Controleer daarom onder andere asdiameter, asuitvoering, flens, bouwlengte, montagepunten en mechanische belasting.
CANopen vergelijken met andere encoderinterfaces
CANopen is niet automatisch beter of slechter dan een andere encoderinterface. De beste keuze volgt uit de machinearchitectuur, besturing en benodigde data.
CANopen versus PROFINET
CANopen is CAN-gebaseerd. PROFINET is Ethernet-gebaseerd en past goed bij machines die al rond een PROFINET-architectuur zijn opgebouwd. Lees ook onze gids over PROFINET encoders .
CANopen versus SSI
SSI is een point-to-point-interface. CANopen maakt de encoder onderdeel van een netwerk en biedt meer mogelijkheden voor apparaatcommunicatie en parametrering.
CANopen versus incrementeel
Een incrementele encoder kan eenvoudiger en economischer zijn wanneer alleen snelheid of relatieve beweging nodig is.
CANopen versus EtherCAT
De beste keuze wordt vooral bepaald door het gebruikte besturings- en netwerkconcept van de machine.
Typische toepassingen van CANopen encoders
Mobiele machine
Positiefeedback.Absolute positie via een CAN-gebaseerde machinearchitectuur.
Kraan en lier
Multiturn positie.Relevant bij beweging over meerdere asomwentelingen.
Intralogistiek
Lift of shuttle.Absolute positie voor handling- en opslagsystemen.
Verpakkingsmachine
Formaatverstelling.Directe absolute positie kan opnieuw refereren beperken.
Machine-as
Absolute rotatiepositie.Positie beschikbaar als digitale procesdata.
Retrofit
Bestaande encoder vervangen.Een bestaande CANopen encoder vergelijken met een passend alternatief.
Voorbeeld: Wachendorff WDGA CANopen absolute encoder
Een voorbeeld binnen het assortiment is de Wachendorff WDGA 58B CANopen .
Wachendorff WDGA 58B CANopen
De onderstaande kenmerken zijn productspecifiek en moeten altijd met de actuele uitvoering en datasheet worden gecontroleerd.
Een bestaande CANopen encoder vervangen
Bij retrofit is dezelfde interface alleen niet voldoende. Twee CANopen encoders zijn niet automatisch één-op-één uitwisselbaar.
Mechanisch controleren
- massieve of holle as;
- asdiameter;
- flens en montagepunten;
- bouwlengte;
- koppeling of koppelsteun;
- maximaal toerental.
Elektrisch controleren
- voedingsspanning;
- connector;
- pinout;
- CAN High en CAN Low;
- terminatie.
CANopen-configuratie controleren
- Node-ID;
- baudrate;
- CiA-profiel;
- Object Dictionary;
- PDO-mapping;
- SDO-parameters.
Bekijk voor vervanging ook retrofit & vervanging of lees onze gids over het vervangen van een bestaande encoder .
Checklist voor een CANopen encoder
Waar gaat CANopen encoderselectie vaak mis?
Mechanica en configuratie worden niet gecontroleerd.
De encoder communiceert niet zoals verwacht.
De nodes communiceren niet op dezelfde snelheid.
De PLC verwacht de procesdata op een andere manier.
De CAN-bus kan hierdoor instabiel worden.
Meer bits betekenen niet automatisch meer absolute nauwkeurigheid.
Veelgestelde vragen over CANopen encoders
Wat is een CANopen encoder?
Een CANopen encoder communiceert positie- en afhankelijk van uitvoering aanvullende gegevens via een CANopen-netwerk.
Is CAN hetzelfde als CANopen?
Nee. CAN is de onderliggende communicatietechniek. CANopen voegt onder andere apparaatprofielen, netwerkmanagement en datamodellen toe.
Wat is CiA 406?
CiA 406 is een CANopen device profile voor encoders.
Wat is het verschil tussen PDO en SDO?
PDO wordt vooral gebruikt voor procesdata en SDO voor toegang tot parameters en objecten.
Wanneer heb ik een multiturn encoder nodig?
Wanneer de absolute positie over meerdere omwentelingen bekend moet blijven.
Kan iedere CANopen encoder een andere vervangen?
Nee. Mechanische afmetingen, elektrische aansluiting, resolutie en CANopen-configuratie moeten eveneens passen.
Een CANopen encoder selecteren of vervangen?
Indusen kan een bestaande encoder identificeren of verschillende oplossingen vergelijken op mechanica, communicatie, beschikbaarheid, integratie en technische geschiktheid.
CANopen encoders: werking, integratie en selectie voor machinebouw
Een CANopen encoder combineert absolute positiemeting met communicatie over een CAN-gebaseerd industrieel netwerk. Voor een betrouwbare toepassing moet echter meer worden beoordeeld dan alleen het woord CANopen op de datasheet.
In deze technische gids behandelen we CiA 301 en CiA 406, PDO en SDO, Node-ID, baudrate, scaling, singleturn en multiturn, bekabeling, inbedrijfstelling en het vervangen van bestaande CANopen encoders.
Een encoder selecteren of vervangen?
Stuur uw vraag, typenummer of beschikbare technische informatie direct door.
Bij een eenvoudige incrementele encoder ontvangt een besturing meestal pulsen. Een absolute CANopen encoder kan daarentegen een absolute positiewaarde als digitaal netwerkdevice beschikbaar maken. Afhankelijk van encoder en implementatie kunnen daarnaast parameters, snelheid, statusinformatie en diagnosegegevens worden uitgewisseld.
Toch is CANopen alleen geen volledige encoderspecificatie. Voor een betrouwbare selectie zijn ook encoderprincipe, singleturn of multiturn, resolutie, asconstructie, flens, voeding, connectoren, omgeving en de configuratie van het bestaande CANopen-netwerk bepalend. Bekijk voor de basis ook het overzicht met industriële encoders .
Wat is een CANopen encoder?
Een encoder meet een mechanische positie of beweging en zet deze om in elektrische of digitale informatie. Bij een CANopen encoder wordt de relevante informatie via een CANopen-netwerk naar een PLC, controller, drive of andere besturing verzonden.
CANopen gebruikt CAN als communicatielaag, maar voegt daar gestandaardiseerde afspraken aan toe voor apparaatcommunicatie, procesdata, parametrering, netwerkmanagement en diagnose.
Een CANopen encoder kan bijvoorbeeld magnetisch of optisch meten. CANopen beschrijft de communicatie met de besturing, niet het fysieke meetprincipe waarmee de positie wordt bepaald.
Wat is het verschil tussen CAN en CANopen?
De termen CAN en CANopen worden in de praktijk regelmatig door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. CAN verzorgt de basis voor communicatie over de bus. CANopen definieert daarboven hoe apparaten zich binnen het netwerk gedragen en hoe gegevens worden georganiseerd.
De elektrische verbinding tussen de verschillende nodes, inclusief CAN High, CAN Low en correcte busterminatie.
CAN verzorgt de uitwisseling van berichten tussen de aangesloten apparaten.
CANopen voegt apparaatprofielen, Object Dictionary, PDO's, SDO's, netwerkmanagement en gestandaardiseerde configuratie toe.
De vermelding CAN op een apparaat is daarom niet automatisch voldoende om te concluderen dat het apparaat CANopen ondersteunt.
Waarom wordt CANopen vaak met absolute encoders gecombineerd?
Bij een absolute encoder hoort bij iedere ondersteunde mechanische positie een digitale positiewaarde. De besturing hoeft daardoor niet uitsluitend pulsen vanaf een nulpunt op te tellen om de actuele positie te bepalen.
Dit maakt absolute encoders interessant voor machines waarbij de positie na het inschakelen direct bekend moet zijn of waarbij opnieuw refereren ongewenst is.
Via CANopen kan de absolute positiewaarde als procesdata aan de besturing beschikbaar worden gesteld. Afhankelijk van de encoder kunnen daarnaast aanvullende parameters, snelheid en diagnose-informatie beschikbaar zijn.
Bekijk ook de absolute encoders voor positiemeting .
Singleturn of multiturn CANopen encoder?
Een singleturn absolute encoder bepaalt de unieke hoekpositie binnen één volledige omwenteling. Na 360 graden begint het hoekbereik opnieuw.
Een multiturn absolute encoder registreert naast de hoek binnen één omwenteling ook de positie over meerdere omwentelingen. Daarmee kan bijvoorbeeld de positie van een lift, lier, spindel, opslagmachine of lineaire as worden bepaald.
Hoeveel encoderresolutie is nodig?
De singleturnresolutie van een absolute encoder wordt vaak uitgedrukt in bits. Een 16-bit encoder verdeelt één omwenteling theoretisch in 216 = 65.536 digitale stappen.
Een hogere resolutie betekent niet automatisch een hogere absolute nauwkeurigheid. Speling, koppelingen, lagering, uitlijning, elasticiteit en de machineconstructie beïnvloeden eveneens de uiteindelijke positienauwkeurigheid.
Wat betekenen CiA 301 en CiA 406?
Bij CANopen encoders worden regelmatig verwijzingen naar CiA 301 en CiA 406 aangetroffen.
CiA 301
CiA 301 vormt de basis van CANopen-communicatie en beschrijft onder andere netwerkmanagement, PDO's, SDO's en de algemene structuur van het Object Dictionary.
CiA 406
CiA 406 is een device profile voor encoders en beschrijft gestandaardiseerde encoderfuncties binnen CANopen.
Twee encoders kunnen beide CiA 406 ondersteunen maar toch verschillen in mechanica, resolutie, objectimplementatie, configuratie, connectoren of PDO-layout.
Wat is het CANopen Object Dictionary?
Het Object Dictionary is de gestructureerde verzameling communicatieparameters, apparaatparameters en waarden die binnen een CANopen-device beschikbaar zijn.
Bij een encoder kunnen hierin bijvoorbeeld positie, scaling, preset, snelheid en andere encoderfuncties aanwezig zijn.
Bij vervanging is het daarom verstandig niet alleen naar het woord CANopen te kijken, maar ook naar de objecten die de bestaande PLC of controller gebruikt.
PDO en SDO: wat is het verschil?
Twee belangrijke begrippen binnen CANopen zijn PDO en SDO.
| Onderdeel | PDO | SDO | Typisch gebruik | Praktische betekenis |
|---|---|---|---|---|
| Volledige naam | Process Data Object | Service Data Object | Procesdata versus configuratie | Verschillende communicatiedoelen |
| Encoder | Bijvoorbeeld actuele positie | Bijvoorbeeld parameterinstelling | Meten versus configureren | Implementatie is deviceafhankelijk |
Transmit PDO
Wanneer een encoder informatie naar andere CANopen-nodes verzendt, wordt hiervoor doorgaans een Transmit PDO gebruikt.
Synchrone of asynchrone overdracht
PDO's kunnen afhankelijk van device en configuratie bijvoorbeeld synchroon of eventgestuurd worden verzonden.
Node-ID en baudrate van een CANopen encoder
Iedere CANopen-node moet correct in het netwerk worden geconfigureerd. Twee belangrijke parameters zijn de Node-ID en de baudrate.
Node-ID
Met de Node-ID wordt een apparaat binnen het CANopen-netwerk geïdentificeerd.
Baudrate
Alle apparaten op hetzelfde CAN-netwerk moeten met een compatibele communicatiesnelheid werken.
Binnen de Wachendorff WDGA CANopen-serie worden afhankelijk van uitvoering Node-ID's binnen het CANopen-bereik ondersteund en baudrates van 10 kBaud tot 1 MBaud. Controleer bij een concreet apparaat altijd de actuele datasheet en configuratie.
Wat is LSS bij CANopen?
LSS staat voor Layer Setting Services en kan worden gebruikt om ondersteunde CANopen-apparaten op netwerkniveau te configureren.
Controleer voeding, CAN High, CAN Low, afscherming en terminatie.
Controleer Node-ID en baudrate.
Configureer waar nodig via LSS, SDO of fabrikantsoftware.
Controleer PDO-layout, positiewaarde en datatype.
Controleer richting, scaling, preset en bereik.
Heartbeat en Node Guarding
In een industrieel netwerk is niet alleen de positiewaarde belangrijk. De besturing moet vaak ook kunnen bepalen of een device nog actief en bereikbaar is.
CANopen biedt hiervoor mechanismen zoals Heartbeat. Node Guarding komt eveneens voor in CANopen-systemen.
Preset, draairichting en scaling
Preset
Met een presetfunctie kan de actuele mechanische positie, wanneer ondersteund, aan een gewenste digitale positiewaarde worden gekoppeld.
Scaling
De digitale encoderwaarde kan worden omgerekend naar bijvoorbeeld graden, millimeters of meters.
Bij een spindel bepaalt de spoed bijvoorbeeld hoeveel millimeter één omwenteling vertegenwoordigt.
Controleer ook de draairichting. Een mechanisch correct gemonteerde encoder kan een tegengestelde positieve telrichting hebben ten opzichte van wat de PLC verwacht.
CANopen bekabeling en 120 Ω terminatie
Een CANopen encoder kan alleen betrouwbaar communiceren wanneer de fysieke CAN-bus correct is opgebouwd.
Aan beide uiteinden van een relevant CAN-bussegment wordt doorgaans een 120 Ω afsluitweerstand toegepast.
CANopen-compatible betekent nog niet mechanisch passend
Een encoder kan communicatietechnisch passen maar mechanisch toch ongeschikt zijn.
Controleer daarom onder andere asdiameter, asuitvoering, flens, bouwlengte, montagepunten en mechanische belasting.
CANopen vergelijken met andere encoderinterfaces
CANopen is niet automatisch beter of slechter dan een andere encoderinterface. De beste keuze volgt uit de machinearchitectuur, besturing en benodigde data.
CANopen versus PROFINET
CANopen is CAN-gebaseerd. PROFINET is Ethernet-gebaseerd en past goed bij machines die al rond een PROFINET-architectuur zijn opgebouwd. Lees ook onze gids over PROFINET encoders .
CANopen versus SSI
SSI is een point-to-point-interface. CANopen maakt de encoder onderdeel van een netwerk en biedt meer mogelijkheden voor apparaatcommunicatie en parametrering.
CANopen versus incrementeel
Een incrementele encoder kan eenvoudiger en economischer zijn wanneer alleen snelheid of relatieve beweging nodig is.
CANopen versus EtherCAT
De beste keuze wordt vooral bepaald door het gebruikte besturings- en netwerkconcept van de machine.
Typische toepassingen van CANopen encoders
Mobiele machine
Positiefeedback.Absolute positie via een CAN-gebaseerde machinearchitectuur.
Kraan en lier
Multiturn positie.Relevant bij beweging over meerdere asomwentelingen.
Intralogistiek
Lift of shuttle.Absolute positie voor handling- en opslagsystemen.
Verpakkingsmachine
Formaatverstelling.Directe absolute positie kan opnieuw refereren beperken.
Machine-as
Absolute rotatiepositie.Positie beschikbaar als digitale procesdata.
Retrofit
Bestaande encoder vervangen.Een bestaande CANopen encoder vergelijken met een passend alternatief.
Voorbeeld: Wachendorff WDGA CANopen absolute encoder
Een voorbeeld binnen het assortiment is de Wachendorff WDGA 58B CANopen .
Wachendorff WDGA 58B CANopen
De onderstaande kenmerken zijn productspecifiek en moeten altijd met de actuele uitvoering en datasheet worden gecontroleerd.
Een bestaande CANopen encoder vervangen
Bij retrofit is dezelfde interface alleen niet voldoende. Twee CANopen encoders zijn niet automatisch één-op-één uitwisselbaar.
Mechanisch controleren
- massieve of holle as;
- asdiameter;
- flens en montagepunten;
- bouwlengte;
- koppeling of koppelsteun;
- maximaal toerental.
Elektrisch controleren
- voedingsspanning;
- connector;
- pinout;
- CAN High en CAN Low;
- terminatie.
CANopen-configuratie controleren
- Node-ID;
- baudrate;
- CiA-profiel;
- Object Dictionary;
- PDO-mapping;
- SDO-parameters.
Bekijk voor vervanging ook retrofit & vervanging of lees onze gids over het vervangen van een bestaande encoder .
Checklist voor een CANopen encoder
Waar gaat CANopen encoderselectie vaak mis?
Mechanica en configuratie worden niet gecontroleerd.
De encoder communiceert niet zoals verwacht.
De nodes communiceren niet op dezelfde snelheid.
De PLC verwacht de procesdata op een andere manier.
De CAN-bus kan hierdoor instabiel worden.
Meer bits betekenen niet automatisch meer absolute nauwkeurigheid.
Veelgestelde vragen over CANopen encoders
Wat is een CANopen encoder?
Een CANopen encoder communiceert positie- en afhankelijk van uitvoering aanvullende gegevens via een CANopen-netwerk.
Is CAN hetzelfde als CANopen?
Nee. CAN is de onderliggende communicatietechniek. CANopen voegt onder andere apparaatprofielen, netwerkmanagement en datamodellen toe.
Wat is CiA 406?
CiA 406 is een CANopen device profile voor encoders.
Wat is het verschil tussen PDO en SDO?
PDO wordt vooral gebruikt voor procesdata en SDO voor toegang tot parameters en objecten.
Wanneer heb ik een multiturn encoder nodig?
Wanneer de absolute positie over meerdere omwentelingen bekend moet blijven.
Kan iedere CANopen encoder een andere vervangen?
Nee. Mechanische afmetingen, elektrische aansluiting, resolutie en CANopen-configuratie moeten eveneens passen.
Een CANopen encoder selecteren of vervangen?
Indusen kan een bestaande encoder identificeren of verschillende oplossingen vergelijken op mechanica, communicatie, beschikbaarheid, integratie en technische geschiktheid.