Welke encoder kies je? Incrementeel, absoluut, singleturn, multiturn, holle as en meetwiel uitgelegd
Een encoder kan snelheid, hoek, positie, omwentelingen of indirect lineaire verplaatsing meten. Maar een incrementele encoder met pulsen is technisch iets heel anders dan een absolute multiturn encoder met een industrieel netwerkprotocol.
De juiste selectie begint bij de functie in de machine. Bekijk daarna resolutie, mechanische montage, uitgangssignaal en PLC- of drive-integratie. Voor het assortiment kunt u vroeg al oriënteren bij industriële encoders voor positie- en snelheidsmeting.
“Welke encoder heb ik nodig?” is zelden te beantwoorden met alleen diameter of resolutie. Een transportband die alleen snelheid moet terugmelden heeft een andere informatiebehoefte dan een formaatverstelling die na een spanningsonderbreking direct haar positie moet kennen. En wie lengte op folie wil meten, kijkt niet alleen naar een roterende as maar ook naar de manier waarop de beweging mechanisch wordt overgebracht.
Daarom volgt een goede selectie drie stappen: wat wil je meten, hoe koppel je de encoder mechanisch en hoe moet de besturing de data ontvangen? Pas daarna heeft het zin om merken en typenummers te vergelijken.
Welke encoder onderzoek je als eerste?
Geen absolute regels, wel een praktische eerste richting voor machinebouw.
Begin niet bij het type encoder, maar bij de meettaak
De eerste vraag is wat de machinebesturing werkelijk moet weten. Alleen snelheid? Een hoek binnen 360°? De absolute hoogte van een lift? Het aantal omwentelingen van een lier? Of de afgelegde lengte van folie?
Hoe werkt een encoder op hoofdlijnen?
Een encoder zet mechanische rotatie of beweging om in elektrische informatie. Intern kan een encoder bijvoorbeeld optisch of magnetisch meten. Dat interne meetprincipe is niet hetzelfde als incrementeel of absoluut. Die begrippen beschrijven vooral hoe de positie-informatie wordt opgebouwd en doorgegeven.
Een optische encoder kan dus incrementeel of absoluut zijn; hetzelfde geldt voor magnetische uitvoeringen. Voor selectie is meestal belangrijker welke data de machine nodig heeft en hoe mechanica en elektronica op elkaar aansluiten.
Incrementele encoders
Een incrementele encoder genereert pulsen wanneer de as draait. Veel uitvoeringen hebben A- en B-kanalen die onderling in fase verschoven zijn. Daardoor kan de besturing naast de beweging ook de draairichting bepalen. Een index- of Z-puls kan één referentiepositie per omwenteling aangeven wanneer die functie aanwezig is.
De besturing telt de pulsen om relatieve positie of afgelegde beweging te bepalen. Voor toerental wordt gekeken naar het aantal pulsen binnen een tijdsinterval of de tijd tussen pulsen. Bij spanningsuitval is de opgebouwde tellerstand niet vanzelf als absolute mechanische positie beschikbaar; de machine moet die positie bewaren of opnieuw refereren als dat nodig is.
- sterk voor snelheid en relatieve positiebepaling;
- vaak eenvoudig en kostenefficiënt;
- hoge pulsfrequenties mogelijk afhankelijk van uitvoering;
- PLC/drive moet signaalniveau en maximale frequentie kunnen verwerken.
Bekijk de incrementele encoders voor toerental en relatieve positiebepaling.
Absolute encoders
Bij een absolute encoder correspondeert een unieke digitale waarde met de mechanische positie binnen het ondersteunde bereik. Na inschakelen kan die positie in veel toepassingen direct weer beschikbaar zijn zonder eerst een volledige referentiecyclus uit te voeren.
Absolute encoders worden daarom veel gebruikt bij positioneerassen, formaatverstelling, kleppen, liften, kranen, lieren, intralogistiek en magazijnautomatisering. Afhankelijk van uitvoering kunnen functies als preset, scaling, diagnose of parametrering beschikbaar zijn.
De keerzijde is extra integratiecomplexiteit: resolutie, singleturn/multiturn, protocol, procesdata, mechanische interface en PLC-configuratie moeten allemaal passen.
Incrementeel versus absoluut
| Eigenschap | Incrementeel | Absoluut |
|---|---|---|
| Positie-informatie | Pulsen / relatieve beweging | Unieke digitale positiewaarde |
| Na spanningsuitval | Tellerstand moet elders worden behouden of opnieuw worden gerefereerd | Positie kan na inschakelen direct beschikbaar zijn, afhankelijk van encoder en toepassing |
| Toerental | Zeer geschikt | Kan beschikbaar zijn afhankelijk van interface/device |
| Absolute positionering | Mogelijk met referentie/homing en softwarelogica | Directe kernfunctie |
| Complexiteit | Vaak lager | Vaak hoger door resolutie/interface/configuratie |
| Typische toepassing | Transport, snelheid, relatieve aspositie | Formaatverstelling, lift, klep, positioneeras |
| Kosten | Vaak economischer bij eenvoudige feedback | Meer functionaliteit kan hogere component- en engineeringkosten geven |
| Retrofit | Sterk wanneer bestaande machine A/B/Z verwacht | Sterk wanneer huidige architectuur absolute positie gebruikt |
Voor alleen toerental van een transportband kan incrementeel volledig passend zijn. Voor een formaatverstelling die na een reboot direct haar positie moet kennen kan absoluut juist veel logischer zijn.
Wanneer is singleturn voldoende?
Een singleturn absolute encoder geeft een unieke positie binnen één volledige omwenteling. Denk aan een draaiplateau, kleppositie, cammechanisme of roterende tafel waarbij alleen de hoek van 0–360° relevant is.
Wanneer de mechanische functie nooit informatie over eerdere of volgende omwentelingen nodig heeft, kan singleturn eenvoudiger en economischer zijn dan multiturn. “Meer kunnen” is op zichzelf geen goede reden om multiturn te kiezen.
Wanneer heb je een multiturn encoder nodig?
Een multiturn encoder registreert zowel de positie binnen één omwenteling als het aantal omwentelingen binnen zijn ondersteunde multiturnbereik. Dat is relevant bij een spindel, lift, lier, kraan, magazijnmachine of hoogteverstelling die tientallen of honderden mechanische asrotaties kan doorlopen.
Fabrikanten gebruiken verschillende technieken om multiturninformatie te behouden, bijvoorbeeld mechanische overbrenging, elektronische registratie of batterijloze energy-harvesting concepten. Controleer daarom wat er bij spanningsuitval gebeurt, of onderhoud nodig is en welke positie-informatie werkelijk behouden blijft.
Voor een toepassing die slechts één volledige rotatie kent is multiturn meestal onnodig. Voor positie over meerdere rotaties kan het juist essentieel zijn.
Hoeveel encoderresolutie heb je nodig?
PPR bij incrementele encoders
PPR staat voor pulses per revolution. Een encoder van 1024 PPR genereert volgens zijn productspecificatie een bepaald aantal pulscycli per omwenteling. Afhankelijk van hoe de besturing de A/B-kanalen en flanken verwerkt, kan het aantal telbare counts hoger zijn dan de opgegeven PPR. Daarom moeten PPR en CPR niet zonder definitie als hetzelfde worden behandeld.
Meer PPR geeft een fijnere theoretische verdeling, maar verhoogt ook de signaalfrequentie bij hetzelfde toerental. Een PLC high-speed input of drive moet die frequentie betrouwbaar kunnen verwerken.
Bits bij absolute encoders
Bits beschrijven digitale resolutie, niet de absolute nauwkeurigheid van het meetsysteem. Een encoder kan veel digitale stappen hebben terwijl speling, torsie, tandwieloverbrenging of koppeling de werkelijke machinepositie veel sterker beïnvloedt.
Meer bits of PPR maken een machine niet automatisch nauwkeuriger. Mechanische systeemnauwkeurigheid, herhaalbaarheid en encoderfout moeten apart worden beoordeeld.
Massieve as of holle as?
Een massieve-as encoder heeft een uitstekende as die meestal met een flexibele koppeling aan de machine-as wordt verbonden. Een holle-as encoder wordt rechtstreeks over een bestaande as geplaatst. De keuze is dus vooral mechanisch en wordt bepaald door beschikbare ruimte, asdiameter, flens, uitlijning en montageconstructie.
Massieve as
Voordelen zijn veel montagevarianten en de mogelijkheid de encoder mechanisch los van de machine-as te positioneren. Aandachtspunten zijn koppeling, uitlijning en radiale/axiale belasting. Een flexibele koppeling kan beperkte uitlijnfouten opnemen, maar is geen oplossing voor een structureel verkeerde machinegeometrie.
Holle as
Een holle-as encoder kan compact direct op de machine-as worden geplaatst. Controleer doorgaande of blinde holle as, klemring, koppelsteun, asdiameter en toegestane beweging. Twee holle-as encoders zijn niet automatisch mechanisch uitwisselbaar omdat boring, lengte en bevestiging kunnen verschillen.
Wanneer gebruik je een meetwielencoder?
Bij een meetwielencoder loopt een wiel direct over bewegend materiaal zoals folie, papier, textiel, kabel, plaatmateriaal, profiel of een transportband. De encoder meet de rotatie van het wiel en de besturing rekent deze om naar lengte of snelheid.
Dit is interessant wanneer je dichter bij de werkelijke materiaalbeweging wilt meten dan op de motor- of aandrijfas. Tandwielspeling, variërende roldiameter of slip tussen aandrijving en product kunnen dan minder bepalend zijn.
Belangrijk zijn wielomtrek, PPR, materiaaloppervlak, aandrukkracht, slip, slijtage, dynamiek en montagerichting. De theoretische encoderresolutie kan veel beter zijn dan de werkelijke lengtenauwkeurigheid wanneer het meetwiel slipt.
Trekkoordencoder voor lineaire verplaatsing
Een trekkoordmechanisme zet lineaire verplaatsing om in een roterende beweging. De meetkabel wordt aan het bewegende machineonderdeel bevestigd; de interne kabeltrommel draait mee en een encoder of ander meetsysteem zet deze beweging om in een bruikbaar signaal.
Dit kan interessant zijn bij hefhoogte, kranen, lineaire sledes, magazijnmachines, uitschuifbare armen en andere bewegingen waarbij een grotere slag gemeten moet worden. Aandachtspunten zijn kabelgeleiding, maximale slag, terugtrekkracht, scheefloop, mechanische slijtage en omgeving.
Kan een rotary encoder lineaire beweging meten?
Ja. Via een spindel, tandriem, tandwiel, meetwiel of kabeltrommel kan rotatie worden omgerekend naar millimeters of meters. De overbrengingsverhouding moet correct in de besturing worden verwerkt.
Bij een spindel bepaalt de spoed bijvoorbeeld hoeveel millimeter één omwenteling vertegenwoordigt. Bij een meetwiel wordt de wielomtrek gebruikt. De systeemnauwkeurigheid wordt vervolgens mede bepaald door speling, slip, elastische vervorming en montage. Voor directe lineaire meting kan ook een lineaire encoder interessanter zijn.
Welke encoder gebruik je voor toerental?
Een incrementele encoder is vaak de eerste techniek om te onderzoeken. De besturing bepaalt toerental uit de frequentie van de pulsen. Belangrijke selectiecriteria zijn PPR, maximaal mechanisch toerental, uitgangssignaal, maximale uitgangsfrequentie, PLC/drive input en mechanische montage.
Een zeer hoge PPR gecombineerd met hoog toerental kan een hoge pulsfreqentie veroorzaken. Niet alleen de encoder, maar ook kabel, ingangselektronica en software moeten die frequentie betrouwbaar verwerken.
Welke encoder gebruik je voor positionering?
Relatieve positionering kan prima met incrementele feedback wanneer homing of refereren onderdeel van het machineconcept is. Wanneer de positie na inschakelen direct bekend moet zijn, wordt een absolute encoder interessanter. Vervolgens bepaalt het bewegingsbereik of singleturn of multiturn nodig is.
Denk aan formaatverstelling, klepstand, lineaire slede, palletlift en magazijnshuttle. Kijk daarbij niet alleen naar de encoder, maar naar de complete encoderoplossing voor mechanica, PLC en motion control.
HTL, TTL, push-pull en andere incrementele signalen
Bij incrementele encoders komen verschillende elektrische uitgangsvormen voor. HTL wordt in veel industriële toepassingen gebruikt met hogere digitale spanningsniveaus. TTL komt vaak voor bij lagere logische niveaus en kan in differential/line-driver varianten worden uitgevoerd. Push-pull kan actief hoog en laag sturen. Open-collectorvarianten bestaan eveneens.
Terminologie en elektrische details verschillen per fabrikant. Daarom moet de PLC- of drive-ingang letterlijk tegen de encoderuitgang worden gecontroleerd: voedingsspanning, signaalniveau, belasting, frequentie en eventuele differentiële kanalen moeten passen.
Een encoder met de juiste PPR maar het verkeerde signaalniveau kan technisch onbruikbaar zijn voor de bestaande machine.
SSI, CANopen, PROFINET en andere encoderinterfaces
Protocolkeuze volgt meestal uit de bestaande machinearchitectuur. SSI is een point-to-point digitale interface voor absolute positie. CANopen is CAN-gebaseerd en wordt veel gebruikt in machines en mobiele systemen. PROFINET integreert de encoder rechtstreeks in een industrieel Ethernet-netwerk en kan naast positie aanvullende parameters en diagnose bieden, afhankelijk van het device.
EtherCAT en EtherNet/IP komen eveneens voor in bepaalde encoderfamilies. De vraag is niet welk protocol het “modernst” is, maar wat PLC, drive, OEM-standaard en servicemodel al gebruiken.
Voor een PROFINET-machine kunt u verder verdiepen op PROFINET encoders voor machinebouw. Voor de bredere infrastructuur: Netwerk & Connectiviteit.
Encoder, PLC en frequentieregelaar moeten dezelfde taal spreken
Elektrisch aansluiten betekent niet automatisch functioneel uitlezen. Controleer bij een PLC onder andere ingangstype, maximale pulsfrequentie, signal levels, voedingsspanning, absolute interface, busondersteuning, connector en configuratie.
Voor een frequentieregelaar, servo drive of motion controller gelden dezelfde basisprincipes. Niet iedere encoderinterface is compatibel met iedere drive. Bepaal welk feedbacktype de drive ondersteunt, welke resolutie en frequentie worden toegestaan en hoe connector en pinout zijn opgebouwd.
Specifieke servomotoren kunnen bovendien eigen motorfeedbackprotocollen gebruiken. Een algemene industriële rotary encoder is daarom niet automatisch geschikt als vervanging voor servomotorfeedback.
Maximaal toerental, lagerbelasting, trillingen en omgeving
Bij hoge snelheid moeten zowel mechanische als elektrische limieten worden gecontroleerd. Mechanisch gaat het om lagering, onbalans, koppeling, montage en temperatuur. Elektrisch om de maximale uitgangsfrequentie en de verwerkingssnelheid van de aangesloten besturing.
Radiale en axiale belasting moeten binnen de encoderspecificaties blijven. Verkeerde uitlijning kan de lagers belasten en levensduur verkorten. Een flexibele koppeling helpt beperkte uitlijnfouten opvangen, maar kan een slechte constructie niet corrigeren.
Bekijk daarnaast stof, water, olie, koelmiddel, hoge/lage temperatuur, schokken, condens, buitengebruik en EMC. IP-classificatie is niet hetzelfde als chemische bestendigheid. Ook kabelmantel, connector, afdichting en behuizingsmateriaal moeten passen bij de werkelijke omgeving.
Kabel, M12 of Industrial Ethernet-connector?
Encoders zijn verkrijgbaar met vaste kabel, radiale of axiale kabeluitgang, M12, fabrikant-specifieke encoderconnectoren en industriële Ethernet-aansluitingen. De connectorvorm zegt niet automatisch iets over protocol of pinout.
Twee encoders met dezelfde functionaliteit kunnen verschillende pinbezettingen hebben. Controleer daarom altijd het aansluitschema voordat een vervanger wordt aangesloten.
Zes typische encoderkeuzes in machinebouw
1. Transportbandtoerental
Incrementeel is vaak logisch. Controleer PPR, as-/meetwielkoppeling, toerental en of de PLC high-speed input de pulsfrequentie aankan.
2. Formaatverstelling
Bij een mechanische spindel waarvan de positie na spanningsuitval direct bekend moet blijven, kan een absolute multiturn encoder logisch zijn. Overbrenging en scaling horen bij de selectie.
3. Lengte van folie
Een incrementele meetwielencoder kan direct op het materiaal meten. PPR en wielomtrek bepalen de theoretische stapgrootte; slip en wielslijtage bepalen mee de echte meetfout.
4. Lift of magazijnmachine
Absolute multiturnfeedback kan relevant zijn voor hoogtepositionering over meerdere rotaties. Een standaard positie-encoder vervangt daarbij geen aparte veiligheidsfunctie.
5. Draaiplateau
Wanneer alleen de hoek binnen één omwenteling nodig is, kan singleturn absoluut volledig voldoende zijn.
6. Defecte motorencoder
Vergelijk niet alleen PPR. As, flens, A/B/Z-kanalen, signaalniveau, voeding, connector en maximaal toerental moeten eveneens overeenkomen.
Bestaande encoder vervangen: welke specificaties moeten overeenkomen?
Een vergelijkbaar typenummer of hetzelfde aantal pulsen is onvoldoende. Twee encoders kunnen beide “1024 PPR” zijn of allebei PROFINET ondersteunen en toch geen drop-in vervangers zijn.
Mechanisch
- asdiameter en massieve/holle as;
- flens, bouwvorm en bouwlengte;
- koppelsteun of koppeling;
- connector- of kabelrichting.
Functioneel
- incrementeel/absoluut;
- singleturn/multiturn;
- PPR/resolutie en indexpuls;
- maximaal toerental.
Elektrisch en communicatie
- voedingsspanning;
- HTL/TTL/push-pull of ander uitgangstype;
- SSI, CANopen, PROFINET of ander protocol;
- connector, pinout en PLC-/drivecompatibiliteit.
Een alternatief mag van een ander merk zijn wanneer alle kritische functies aantoonbaar passen. Lees ook hoe u een bestaande encoder technisch vervangt of bekijk retrofit & vervanging.
Encoder identificeren via typeplaat en toepassing
Voor een onbekende encoder zijn merk en volledig typenummer de beste start. Voeg een duidelijke foto van de typeplaat, encoder, montage en connector toe. Een oude datasheet helpt enorm. Beschrijf ook de machinefunctie, PLC of drive, toerental en wat de vervanger moet doen.
Zonder die informatie is een “equivalent” vaak slechts visueel vergelijkbaar. Met typeplaat plus toepassing kan veel gerichter worden bepaald welke specificaties werkelijk kritisch zijn.
Praktische keuzeboom: welke encoder eerst onderzoeken?
Encodertypen vergeleken
| Type | Wat wordt gemeten? | Absolute positie | Na spanningsuitval | Meerdere omwentelingen | Resolutie-uitdrukking | Typische interface | Mechanische montage | Typische toepassing | Voordeel | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Incrementeel | Rotatie, snelheid, relatieve positie | Nee, niet als directe absolute waarde | Referentie / opgeslagen teller kan nodig zijn | Via externe telling | PPR / counts | A/B(/Z), HTL, TTL, push-pull e.a. | Massieve of holle as | Transport, snelheid, relatieve aspositie | Eenvoudig en efficiënt | Frequentie en referentie |
| Absoluut singleturn | Hoek binnen één omwenteling | Ja | Positie kan direct beschikbaar zijn | Nee | Bits / posities per omw. | SSI, bus of andere absolute interface | Massieve of holle as | Klep, draaiplateau, roterende tafel | Directe hoekpositie | Protocol en resolutie |
| Absoluut multiturn | Hoek + aantal omwentelingen | Ja | Afhankelijk van multiturntechniek | Ja | Singleturn + multiturn bits | SSI, CANopen, PROFINET e.a. | Massieve of holle as | Lift, lier, spindel, magazijnmachine | Positie over meerdere rotaties | Integratie en mechanische verhouding |
| Meetwielencoder | Lineaire materiaalbeweging | Afhankelijk van gekozen encoder | Afhankelijk van encoder | Via afgelegde lengte | PPR + wielomtrek | Vaak incrementeel; andere opties mogelijk | Meetwiel tegen materiaal | Folie, kabel, profiel, transport | Meet dicht bij materiaal | Slip en wielslijtage |
| Trekkoordencoder | Lineaire slag / positie | Afhankelijk van encoder | Afhankelijk van encoder | Interne trommelrotatie | Afhankelijk van encoder / uitgang | Incrementaal, absoluut of analoog afhankelijk van systeem | Vast huis + uittrekbare kabel | Kraan, lift, lineaire slede | Compact bij grotere slag | Kabelgeleiding en mechanische slijtage |
Mechanische uitvoeringen vergeleken
| Uitvoering | Montage | Mechanische koppeling | Ruimte | Lineair / roterend | Mogelijke slip | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Massieve as | Flens + externe koppeling | Flexibele koppeling naar machine-as | Extra ruimte voor koppeling | Roterend | Niet normaal in koppeling, wel speling/flex mogelijk | Motor- of machine-as |
| Holle as | Direct over machine-as | Geen externe askoppeling nodig | Compact | Roterend | Geen materiaalslip | Directe asmontage |
| Meetwiel | Wiel tegen bewegend materiaal | Wrijvingscontact | Ruimte voor arm/wiel | Lineaire beweging via rotatie | Ja | Lengte en snelheid materiaal |
| Trekkoord | Vast huis, kabel aan bewegend deel | Uittrekbare meetkabel | Compact huis, vrije kabelbaan | Lineair | Geen wielslip, wel kabelmechanica | Slag, hefhoogte, uitschuifbeweging |
Communicatie vergeleken
| Interface | Incrementeel / absoluut | Point-to-point / netwerk | Positiedata | Diagnose | Parametrering | PLC-complexiteit | Typische situatie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A/B-pulsen | Incrementeel | Point-to-point signalen | Relatief via telling | Beperkt | Meestal beperkt / encoderafhankelijk | Laag–midden | Toerental en relatieve positie |
| SSI | Absoluut | Point-to-point | Absolute positie | Beperkter dan netwerkdevices | Interface-/encoderafhankelijk | Midden | Absolute positie zonder Ethernet-netwerk |
| CANopen | Vaak absoluut | Netwerk | Absolute positie | Deviceafhankelijk | Deviceafhankelijk | Midden | Machines en mobiele systemen |
| PROFINET | Vaak absolute encoder | Industrial Ethernet | Absolute positie + procesdata | Kan uitgebreid zijn | Kan centraal beschikbaar zijn | Hoger | PROFINET machinearchitectuur |
Snelle keuzetabel op basis van toepassing
| Vraagstuk | Eerste encoder om te onderzoeken | Waarom |
|---|---|---|
| Toerental transportband | Incrementeel | Pulsen zijn direct bruikbaar voor snelheid. |
| Relatieve machinepositie | Incrementeel | Kan voldoende zijn wanneer homing acceptabel is. |
| Formaatverstelling | Absolute multiturn | Positie over meerdere rotaties kan na inschakelen direct nodig zijn. |
| Draaiplateau | Absolute singleturn | Alleen hoek binnen één omwenteling kan voldoende zijn. |
| Lier | Absolute multiturn | Aantal omwentelingen en positie zijn relevant. |
| Lift | Absolute multiturn / andere positioneertechniek | Hoogte loopt over meerdere asrotaties. |
| Magazijnshuttle | Absolute positionering | Directe positie kan belangrijk zijn voor herstart en logistiek. |
| Lengte folie | Meetwielencoder | Meet de materiaalbeweging direct bij het product. |
| Kabelmeting | Meetwielencoder | Lengte en snelheid direct via contactwiel. |
| Lineaire spindel | Absolute multiturn of incrementeel + homing | Mechanische spoed vertaalt rotatie naar lineaire positie. |
| Bestaande defecte encoder | Eerst huidige encoder identificeren | Mechanica, signalen en PLC bepalen de vervanger. |
| Machine met PROFINET | PROFINET absolute encoder | Kan logisch zijn wanneer absolute positie en netwerkfunctionaliteit passen. |
18 veelgemaakte fouten bij encoderselectie
Encoder kiezen: 18 punten om te controleren
- wat wil je meten?
- toerental of positie?
- incrementeel of absoluut?
- singleturn of multiturn?
- PPR / resolutie?
- vereiste systeemnauwkeurigheid?
- massieve of holle as?
- asdiameter?
- flens en montage?
- maximaal toerental?
- uitgangssignaal?
- protocol?
- voedingsspanning?
- connector / pinout?
- PLC/drive compatibiliteit?
- IP / omgeving?
- kabelrichting en montageruimte?
- nieuwe machine of retrofit?
Welke gegevens heeft Indusen nodig?
Voor een vervanging of nieuwe selectie zijn onderstaande gegevens de snelste route naar een bruikbaar technisch voorstel.
- fabrikant
- volledig typenummer
- foto typeplaat
- foto encoder
- foto montage
- asdiameter
- massieve / holle as
- flens
- PPR / resolutie
- incrementeel / absoluut
- singleturn / multiturn
- uitgang / protocol
- voedingsspanning
- connector
- maximaal toerental
- PLC / drive
- toepassing
- omgeving
- gewenste levertijd
Veelgestelde vragen over encoderselectie
Wat is het verschil tussen een incrementele en absolute encoder?
Een incrementele encoder levert pulsen tijdens rotatie; de besturing telt deze om snelheid of relatieve positie te bepalen. Een absolute encoder levert een unieke positiewaarde binnen zijn ondersteunde bereik. Daardoor kan de actuele positie na inschakelen vaak direct beschikbaar zijn, afhankelijk van encodertechniek en machinearchitectuur.
Wanneer heb ik een multiturn encoder nodig?
Wanneer niet alleen de positie binnen één omwenteling maar ook het aantal omwentelingen relevant is. Dat komt bijvoorbeeld voor bij een lift, lier, spindel, magazijnmachine of formaatverstelling die over meerdere asrotaties beweegt.
Wat is het verschil tussen singleturn en multiturn?
Singleturn geeft een unieke positie binnen één volledige omwenteling. Multiturn combineert die positie met informatie over het aantal omwentelingen binnen het ondersteunde bereik.
Hoeveel PPR heb ik nodig?
Dat hangt af van de mechanische verplaatsing die je wilt onderscheiden, de overbrenging en de maximale pulsfrequentie die PLC of drive kan verwerken. Meer PPR is niet automatisch beter wanneer mechanische speling of ingangssnelheid de werkelijke systeemprestatie begrenst.
Is meer PPR altijd beter?
Nee. Een hogere PPR geeft meer pulsen per omwenteling, maar verhoogt ook de signaalfrequentie bij hetzelfde toerental. De besturing moet die frequentie aankunnen en de mechanische toepassing moet de extra resolutie daadwerkelijk kunnen benutten.
Wat betekent 12-bit resolutie bij een absolute encoder?
12 bit betekent theoretisch 4096 unieke posities per omwenteling. Dit beschrijft digitale resolutie, niet automatisch de absolute nauwkeurigheid van de encoder of de complete machine.
Wat is het verschil tussen een holle-as en massieve-as encoder?
Een massieve-as encoder heeft een uitstekende as die meestal via een koppeling met de machine-as wordt verbonden. Een holle-as encoder wordt direct over de machine-as gemonteerd. De keuze is vooral mechanisch en hangt af van ruimte, asdiameter, montage en uitlijning.
Welke encoder gebruik je voor lengtemeting?
Wanneer materiaal continu langs een meetpunt beweegt kan een meetwielencoder logisch zijn. Voor lineaire verplaatsing van één machineonderdeel over een slag kan een trekkoordencoder of andere lineaire meettechniek beter passen.
Welke encoder gebruik je voor toerental?
Een incrementele encoder is vaak de eerste techniek om te onderzoeken. Let op PPR, maximaal toerental, uitgangssignaal, maximale signaalfrequentie en de snelheid van de PLC- of drive-ingang.
Welke encoder gebruik je voor lineaire positie?
Dat kan op meerdere manieren. Een rotary encoder kan lineaire beweging indirect meten via een spindel, tandriem, tandwiel, meetwiel of kabeltrommel. Een trekkoordencoder of lineaire encoder kan geschikter zijn wanneer directe lineaire meting gewenst is.
Wat gebeurt er met een incrementele encoder na spanningsuitval?
De encoder zelf levert na inschakelen opnieuw pulsen bij beweging, maar een eerder opgebouwde tellerstand is niet vanzelf als absolute positie beschikbaar. De machine moet die positie elders bewaren of opnieuw refereren wanneer absolute positie nodig is.
Kan ik een encoder van een ander merk gebruiken?
Ja, dat kan technisch mogelijk zijn. Merk is niet het enige criterium. As, flens, resolutie, signalen, voeding, protocol, pinout, toerental en omgeving moeten compatibel zijn. Hetzelfde hoofdtype of dezelfde PPR is geen garantie voor uitwisselbaarheid.
Wat is het verschil tussen SSI en PROFINET?
SSI is een point-to-point digitale interface voor absolute positie. PROFINET is een industrieel Ethernet-netwerk waarin positie, parameters en diagnose kunnen worden geïntegreerd afhankelijk van de encoder. Welke interface logisch is volgt vooral uit PLC, bestaande architectuur en benodigde functionaliteit.
Welke gegevens heb ik nodig om een encoder te vervangen?
Minimaal: fabrikant, volledig typenummer, foto van typeplaat en montage, asdiameter, flens, incrementeel of absoluut, PPR of resolutie, singleturn/multiturn, uitgang of protocol, voeding, connector, maximaal toerental, PLC/drive en omgevingscondities.
Welke encoder past bij uw machine?
De juiste encoderselectie begint niet bij een merk of typenummer, maar bij de functie in de machine. Toerental, absolute positie, aantal omwentelingen, mechanische montage, resolutie, uitgangssignaal en PLC-integratie bepalen samen welke oplossing technisch én economisch logisch is.
Indusen kan bestaande encoders identificeren en verschillende technische alternatieven vergelijken voor een nieuwe machine, retrofit of niet meer leverbaar encodertype.
Bekijk encoderoplossingen Bekijk industriële encoders Encoder vervangen Bespreek uw toepassingGebruikte interne links
| Doelpagina | Anchor | Sectie | Waarom logisch |
|---|---|---|---|
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-5 | industriële encoders voor positie- en snelheidsmeting | Hero / introductie | Primaire commerciële hub voor brede encoderoriëntatie. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-incrementele-encoders-15 | incrementele encoders voor toerental en relatieve positiebepaling | Incrementeel | Directe verdieping vanuit snelheid en pulsen. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-absolute-encoders-14 | absolute encoders voor industriële positionering | Absoluut | Commerciële vervolgroute wanneer absolute positie nodig is. |
| https://www.indusen.nl/encoderoplossingen | encoderoplossing voor mechanica, PLC en motion control | Positionering / CTA | Verbindt de technische selectie met toepassingsadvies. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-meetwiel-encoders-68 | meetwielencoders voor lengte- en snelheidsmeting | Meetwiel | Direct relevant voor lineaire materiaalmeting. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-trekdraad-encoders-16 | trekkoordencoders voor lineaire positiemeting | Trekkoord | Logische route bij grotere lineaire slag. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-linear-encoders-26 | lineaire encoder | Rotary voor lineaire positie | Alternatieve techniek wanneer directe lineaire meting gewenst is. |
| https://www.indusen.nl/profinet-encoder | PROFINET encoders voor machinebouw | Protocollen | Verdieping voor machines die al PROFINET gebruiken. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/netwerk-connectie-7 | Netwerk & Connectiviteit | Protocollen | Alleen relevant in de communicatie-/netwerkcontext. |
| https://www.indusen.nl/blog/kennisbank-3/encoder-vervangen-zo-vindt-u-de-juiste-vervanger-voor-uw-machine-14 | hoe u een bestaande encoder technisch vervangt | Encoder vervangen / CTA | Verdieping van retrofit- en vervangingsintentie. |
| https://www.indusen.nl/retrofit-vervanging | retrofit & vervanging | Encoder vervangen | Brede oplossing voor merkvervanging en machineaanpassing. |
Welke encoder kies je? Incrementeel, absoluut, singleturn, multiturn, holle as en meetwiel uitgelegd
Een encoder kan snelheid, hoek, positie, omwentelingen of indirect lineaire verplaatsing meten. Maar een incrementele encoder met pulsen is technisch iets heel anders dan een absolute multiturn encoder met een industrieel netwerkprotocol.
De juiste selectie begint bij de functie in de machine. Bekijk daarna resolutie, mechanische montage, uitgangssignaal en PLC- of drive-integratie. Voor het assortiment kunt u vroeg al oriënteren bij industriële encoders voor positie- en snelheidsmeting.
“Welke encoder heb ik nodig?” is zelden te beantwoorden met alleen diameter of resolutie. Een transportband die alleen snelheid moet terugmelden heeft een andere informatiebehoefte dan een formaatverstelling die na een spanningsonderbreking direct haar positie moet kennen. En wie lengte op folie wil meten, kijkt niet alleen naar een roterende as maar ook naar de manier waarop de beweging mechanisch wordt overgebracht.
Daarom volgt een goede selectie drie stappen: wat wil je meten, hoe koppel je de encoder mechanisch en hoe moet de besturing de data ontvangen? Pas daarna heeft het zin om merken en typenummers te vergelijken.
Welke encoder onderzoek je als eerste?
Geen absolute regels, wel een praktische eerste richting voor machinebouw.
Begin niet bij het type encoder, maar bij de meettaak
De eerste vraag is wat de machinebesturing werkelijk moet weten. Alleen snelheid? Een hoek binnen 360°? De absolute hoogte van een lift? Het aantal omwentelingen van een lier? Of de afgelegde lengte van folie?
Hoe werkt een encoder op hoofdlijnen?
Een encoder zet mechanische rotatie of beweging om in elektrische informatie. Intern kan een encoder bijvoorbeeld optisch of magnetisch meten. Dat interne meetprincipe is niet hetzelfde als incrementeel of absoluut. Die begrippen beschrijven vooral hoe de positie-informatie wordt opgebouwd en doorgegeven.
Een optische encoder kan dus incrementeel of absoluut zijn; hetzelfde geldt voor magnetische uitvoeringen. Voor selectie is meestal belangrijker welke data de machine nodig heeft en hoe mechanica en elektronica op elkaar aansluiten.
Incrementele encoders
Een incrementele encoder genereert pulsen wanneer de as draait. Veel uitvoeringen hebben A- en B-kanalen die onderling in fase verschoven zijn. Daardoor kan de besturing naast de beweging ook de draairichting bepalen. Een index- of Z-puls kan één referentiepositie per omwenteling aangeven wanneer die functie aanwezig is.
De besturing telt de pulsen om relatieve positie of afgelegde beweging te bepalen. Voor toerental wordt gekeken naar het aantal pulsen binnen een tijdsinterval of de tijd tussen pulsen. Bij spanningsuitval is de opgebouwde tellerstand niet vanzelf als absolute mechanische positie beschikbaar; de machine moet die positie bewaren of opnieuw refereren als dat nodig is.
- sterk voor snelheid en relatieve positiebepaling;
- vaak eenvoudig en kostenefficiënt;
- hoge pulsfrequenties mogelijk afhankelijk van uitvoering;
- PLC/drive moet signaalniveau en maximale frequentie kunnen verwerken.
Bekijk de incrementele encoders voor toerental en relatieve positiebepaling.
Absolute encoders
Bij een absolute encoder correspondeert een unieke digitale waarde met de mechanische positie binnen het ondersteunde bereik. Na inschakelen kan die positie in veel toepassingen direct weer beschikbaar zijn zonder eerst een volledige referentiecyclus uit te voeren.
Absolute encoders worden daarom veel gebruikt bij positioneerassen, formaatverstelling, kleppen, liften, kranen, lieren, intralogistiek en magazijnautomatisering. Afhankelijk van uitvoering kunnen functies als preset, scaling, diagnose of parametrering beschikbaar zijn.
De keerzijde is extra integratiecomplexiteit: resolutie, singleturn/multiturn, protocol, procesdata, mechanische interface en PLC-configuratie moeten allemaal passen.
Incrementeel versus absoluut
| Eigenschap | Incrementeel | Absoluut |
|---|---|---|
| Positie-informatie | Pulsen / relatieve beweging | Unieke digitale positiewaarde |
| Na spanningsuitval | Tellerstand moet elders worden behouden of opnieuw worden gerefereerd | Positie kan na inschakelen direct beschikbaar zijn, afhankelijk van encoder en toepassing |
| Toerental | Zeer geschikt | Kan beschikbaar zijn afhankelijk van interface/device |
| Absolute positionering | Mogelijk met referentie/homing en softwarelogica | Directe kernfunctie |
| Complexiteit | Vaak lager | Vaak hoger door resolutie/interface/configuratie |
| Typische toepassing | Transport, snelheid, relatieve aspositie | Formaatverstelling, lift, klep, positioneeras |
| Kosten | Vaak economischer bij eenvoudige feedback | Meer functionaliteit kan hogere component- en engineeringkosten geven |
| Retrofit | Sterk wanneer bestaande machine A/B/Z verwacht | Sterk wanneer huidige architectuur absolute positie gebruikt |
Voor alleen toerental van een transportband kan incrementeel volledig passend zijn. Voor een formaatverstelling die na een reboot direct haar positie moet kennen kan absoluut juist veel logischer zijn.
Wanneer is singleturn voldoende?
Een singleturn absolute encoder geeft een unieke positie binnen één volledige omwenteling. Denk aan een draaiplateau, kleppositie, cammechanisme of roterende tafel waarbij alleen de hoek van 0–360° relevant is.
Wanneer de mechanische functie nooit informatie over eerdere of volgende omwentelingen nodig heeft, kan singleturn eenvoudiger en economischer zijn dan multiturn. “Meer kunnen” is op zichzelf geen goede reden om multiturn te kiezen.
Wanneer heb je een multiturn encoder nodig?
Een multiturn encoder registreert zowel de positie binnen één omwenteling als het aantal omwentelingen binnen zijn ondersteunde multiturnbereik. Dat is relevant bij een spindel, lift, lier, kraan, magazijnmachine of hoogteverstelling die tientallen of honderden mechanische asrotaties kan doorlopen.
Fabrikanten gebruiken verschillende technieken om multiturninformatie te behouden, bijvoorbeeld mechanische overbrenging, elektronische registratie of batterijloze energy-harvesting concepten. Controleer daarom wat er bij spanningsuitval gebeurt, of onderhoud nodig is en welke positie-informatie werkelijk behouden blijft.
Voor een toepassing die slechts één volledige rotatie kent is multiturn meestal onnodig. Voor positie over meerdere rotaties kan het juist essentieel zijn.
Hoeveel encoderresolutie heb je nodig?
PPR bij incrementele encoders
PPR staat voor pulses per revolution. Een encoder van 1024 PPR genereert volgens zijn productspecificatie een bepaald aantal pulscycli per omwenteling. Afhankelijk van hoe de besturing de A/B-kanalen en flanken verwerkt, kan het aantal telbare counts hoger zijn dan de opgegeven PPR. Daarom moeten PPR en CPR niet zonder definitie als hetzelfde worden behandeld.
Meer PPR geeft een fijnere theoretische verdeling, maar verhoogt ook de signaalfrequentie bij hetzelfde toerental. Een PLC high-speed input of drive moet die frequentie betrouwbaar kunnen verwerken.
Bits bij absolute encoders
Bits beschrijven digitale resolutie, niet de absolute nauwkeurigheid van het meetsysteem. Een encoder kan veel digitale stappen hebben terwijl speling, torsie, tandwieloverbrenging of koppeling de werkelijke machinepositie veel sterker beïnvloedt.
Meer bits of PPR maken een machine niet automatisch nauwkeuriger. Mechanische systeemnauwkeurigheid, herhaalbaarheid en encoderfout moeten apart worden beoordeeld.
Massieve as of holle as?
Een massieve-as encoder heeft een uitstekende as die meestal met een flexibele koppeling aan de machine-as wordt verbonden. Een holle-as encoder wordt rechtstreeks over een bestaande as geplaatst. De keuze is dus vooral mechanisch en wordt bepaald door beschikbare ruimte, asdiameter, flens, uitlijning en montageconstructie.
Massieve as
Voordelen zijn veel montagevarianten en de mogelijkheid de encoder mechanisch los van de machine-as te positioneren. Aandachtspunten zijn koppeling, uitlijning en radiale/axiale belasting. Een flexibele koppeling kan beperkte uitlijnfouten opnemen, maar is geen oplossing voor een structureel verkeerde machinegeometrie.
Holle as
Een holle-as encoder kan compact direct op de machine-as worden geplaatst. Controleer doorgaande of blinde holle as, klemring, koppelsteun, asdiameter en toegestane beweging. Twee holle-as encoders zijn niet automatisch mechanisch uitwisselbaar omdat boring, lengte en bevestiging kunnen verschillen.
Wanneer gebruik je een meetwielencoder?
Bij een meetwielencoder loopt een wiel direct over bewegend materiaal zoals folie, papier, textiel, kabel, plaatmateriaal, profiel of een transportband. De encoder meet de rotatie van het wiel en de besturing rekent deze om naar lengte of snelheid.
Dit is interessant wanneer je dichter bij de werkelijke materiaalbeweging wilt meten dan op de motor- of aandrijfas. Tandwielspeling, variërende roldiameter of slip tussen aandrijving en product kunnen dan minder bepalend zijn.
Belangrijk zijn wielomtrek, PPR, materiaaloppervlak, aandrukkracht, slip, slijtage, dynamiek en montagerichting. De theoretische encoderresolutie kan veel beter zijn dan de werkelijke lengtenauwkeurigheid wanneer het meetwiel slipt.
Trekkoordencoder voor lineaire verplaatsing
Een trekkoordmechanisme zet lineaire verplaatsing om in een roterende beweging. De meetkabel wordt aan het bewegende machineonderdeel bevestigd; de interne kabeltrommel draait mee en een encoder of ander meetsysteem zet deze beweging om in een bruikbaar signaal.
Dit kan interessant zijn bij hefhoogte, kranen, lineaire sledes, magazijnmachines, uitschuifbare armen en andere bewegingen waarbij een grotere slag gemeten moet worden. Aandachtspunten zijn kabelgeleiding, maximale slag, terugtrekkracht, scheefloop, mechanische slijtage en omgeving.
Kan een rotary encoder lineaire beweging meten?
Ja. Via een spindel, tandriem, tandwiel, meetwiel of kabeltrommel kan rotatie worden omgerekend naar millimeters of meters. De overbrengingsverhouding moet correct in de besturing worden verwerkt.
Bij een spindel bepaalt de spoed bijvoorbeeld hoeveel millimeter één omwenteling vertegenwoordigt. Bij een meetwiel wordt de wielomtrek gebruikt. De systeemnauwkeurigheid wordt vervolgens mede bepaald door speling, slip, elastische vervorming en montage. Voor directe lineaire meting kan ook een lineaire encoder interessanter zijn.
Welke encoder gebruik je voor toerental?
Een incrementele encoder is vaak de eerste techniek om te onderzoeken. De besturing bepaalt toerental uit de frequentie van de pulsen. Belangrijke selectiecriteria zijn PPR, maximaal mechanisch toerental, uitgangssignaal, maximale uitgangsfrequentie, PLC/drive input en mechanische montage.
Een zeer hoge PPR gecombineerd met hoog toerental kan een hoge pulsfreqentie veroorzaken. Niet alleen de encoder, maar ook kabel, ingangselektronica en software moeten die frequentie betrouwbaar verwerken.
Welke encoder gebruik je voor positionering?
Relatieve positionering kan prima met incrementele feedback wanneer homing of refereren onderdeel van het machineconcept is. Wanneer de positie na inschakelen direct bekend moet zijn, wordt een absolute encoder interessanter. Vervolgens bepaalt het bewegingsbereik of singleturn of multiturn nodig is.
Denk aan formaatverstelling, klepstand, lineaire slede, palletlift en magazijnshuttle. Kijk daarbij niet alleen naar de encoder, maar naar de complete encoderoplossing voor mechanica, PLC en motion control.
HTL, TTL, push-pull en andere incrementele signalen
Bij incrementele encoders komen verschillende elektrische uitgangsvormen voor. HTL wordt in veel industriële toepassingen gebruikt met hogere digitale spanningsniveaus. TTL komt vaak voor bij lagere logische niveaus en kan in differential/line-driver varianten worden uitgevoerd. Push-pull kan actief hoog en laag sturen. Open-collectorvarianten bestaan eveneens.
Terminologie en elektrische details verschillen per fabrikant. Daarom moet de PLC- of drive-ingang letterlijk tegen de encoderuitgang worden gecontroleerd: voedingsspanning, signaalniveau, belasting, frequentie en eventuele differentiële kanalen moeten passen.
Een encoder met de juiste PPR maar het verkeerde signaalniveau kan technisch onbruikbaar zijn voor de bestaande machine.
SSI, CANopen, PROFINET en andere encoderinterfaces
Protocolkeuze volgt meestal uit de bestaande machinearchitectuur. SSI is een point-to-point digitale interface voor absolute positie. CANopen is CAN-gebaseerd en wordt veel gebruikt in machines en mobiele systemen. PROFINET integreert de encoder rechtstreeks in een industrieel Ethernet-netwerk en kan naast positie aanvullende parameters en diagnose bieden, afhankelijk van het device.
EtherCAT en EtherNet/IP komen eveneens voor in bepaalde encoderfamilies. De vraag is niet welk protocol het “modernst” is, maar wat PLC, drive, OEM-standaard en servicemodel al gebruiken.
Voor een PROFINET-machine kunt u verder verdiepen op PROFINET encoders voor machinebouw. Voor de bredere infrastructuur: Netwerk & Connectiviteit.
Encoder, PLC en frequentieregelaar moeten dezelfde taal spreken
Elektrisch aansluiten betekent niet automatisch functioneel uitlezen. Controleer bij een PLC onder andere ingangstype, maximale pulsfrequentie, signal levels, voedingsspanning, absolute interface, busondersteuning, connector en configuratie.
Voor een frequentieregelaar, servo drive of motion controller gelden dezelfde basisprincipes. Niet iedere encoderinterface is compatibel met iedere drive. Bepaal welk feedbacktype de drive ondersteunt, welke resolutie en frequentie worden toegestaan en hoe connector en pinout zijn opgebouwd.
Specifieke servomotoren kunnen bovendien eigen motorfeedbackprotocollen gebruiken. Een algemene industriële rotary encoder is daarom niet automatisch geschikt als vervanging voor servomotorfeedback.
Maximaal toerental, lagerbelasting, trillingen en omgeving
Bij hoge snelheid moeten zowel mechanische als elektrische limieten worden gecontroleerd. Mechanisch gaat het om lagering, onbalans, koppeling, montage en temperatuur. Elektrisch om de maximale uitgangsfrequentie en de verwerkingssnelheid van de aangesloten besturing.
Radiale en axiale belasting moeten binnen de encoderspecificaties blijven. Verkeerde uitlijning kan de lagers belasten en levensduur verkorten. Een flexibele koppeling helpt beperkte uitlijnfouten opvangen, maar kan een slechte constructie niet corrigeren.
Bekijk daarnaast stof, water, olie, koelmiddel, hoge/lage temperatuur, schokken, condens, buitengebruik en EMC. IP-classificatie is niet hetzelfde als chemische bestendigheid. Ook kabelmantel, connector, afdichting en behuizingsmateriaal moeten passen bij de werkelijke omgeving.
Kabel, M12 of Industrial Ethernet-connector?
Encoders zijn verkrijgbaar met vaste kabel, radiale of axiale kabeluitgang, M12, fabrikant-specifieke encoderconnectoren en industriële Ethernet-aansluitingen. De connectorvorm zegt niet automatisch iets over protocol of pinout.
Twee encoders met dezelfde functionaliteit kunnen verschillende pinbezettingen hebben. Controleer daarom altijd het aansluitschema voordat een vervanger wordt aangesloten.
Zes typische encoderkeuzes in machinebouw
1. Transportbandtoerental
Incrementeel is vaak logisch. Controleer PPR, as-/meetwielkoppeling, toerental en of de PLC high-speed input de pulsfrequentie aankan.
2. Formaatverstelling
Bij een mechanische spindel waarvan de positie na spanningsuitval direct bekend moet blijven, kan een absolute multiturn encoder logisch zijn. Overbrenging en scaling horen bij de selectie.
3. Lengte van folie
Een incrementele meetwielencoder kan direct op het materiaal meten. PPR en wielomtrek bepalen de theoretische stapgrootte; slip en wielslijtage bepalen mee de echte meetfout.
4. Lift of magazijnmachine
Absolute multiturnfeedback kan relevant zijn voor hoogtepositionering over meerdere rotaties. Een standaard positie-encoder vervangt daarbij geen aparte veiligheidsfunctie.
5. Draaiplateau
Wanneer alleen de hoek binnen één omwenteling nodig is, kan singleturn absoluut volledig voldoende zijn.
6. Defecte motorencoder
Vergelijk niet alleen PPR. As, flens, A/B/Z-kanalen, signaalniveau, voeding, connector en maximaal toerental moeten eveneens overeenkomen.
Bestaande encoder vervangen: welke specificaties moeten overeenkomen?
Een vergelijkbaar typenummer of hetzelfde aantal pulsen is onvoldoende. Twee encoders kunnen beide “1024 PPR” zijn of allebei PROFINET ondersteunen en toch geen drop-in vervangers zijn.
Mechanisch
- asdiameter en massieve/holle as;
- flens, bouwvorm en bouwlengte;
- koppelsteun of koppeling;
- connector- of kabelrichting.
Functioneel
- incrementeel/absoluut;
- singleturn/multiturn;
- PPR/resolutie en indexpuls;
- maximaal toerental.
Elektrisch en communicatie
- voedingsspanning;
- HTL/TTL/push-pull of ander uitgangstype;
- SSI, CANopen, PROFINET of ander protocol;
- connector, pinout en PLC-/drivecompatibiliteit.
Een alternatief mag van een ander merk zijn wanneer alle kritische functies aantoonbaar passen. Lees ook hoe u een bestaande encoder technisch vervangt of bekijk retrofit & vervanging.
Encoder identificeren via typeplaat en toepassing
Voor een onbekende encoder zijn merk en volledig typenummer de beste start. Voeg een duidelijke foto van de typeplaat, encoder, montage en connector toe. Een oude datasheet helpt enorm. Beschrijf ook de machinefunctie, PLC of drive, toerental en wat de vervanger moet doen.
Zonder die informatie is een “equivalent” vaak slechts visueel vergelijkbaar. Met typeplaat plus toepassing kan veel gerichter worden bepaald welke specificaties werkelijk kritisch zijn.
Praktische keuzeboom: welke encoder eerst onderzoeken?
Encodertypen vergeleken
| Type | Wat wordt gemeten? | Absolute positie | Na spanningsuitval | Meerdere omwentelingen | Resolutie-uitdrukking | Typische interface | Mechanische montage | Typische toepassing | Voordeel | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Incrementeel | Rotatie, snelheid, relatieve positie | Nee, niet als directe absolute waarde | Referentie / opgeslagen teller kan nodig zijn | Via externe telling | PPR / counts | A/B(/Z), HTL, TTL, push-pull e.a. | Massieve of holle as | Transport, snelheid, relatieve aspositie | Eenvoudig en efficiënt | Frequentie en referentie |
| Absoluut singleturn | Hoek binnen één omwenteling | Ja | Positie kan direct beschikbaar zijn | Nee | Bits / posities per omw. | SSI, bus of andere absolute interface | Massieve of holle as | Klep, draaiplateau, roterende tafel | Directe hoekpositie | Protocol en resolutie |
| Absoluut multiturn | Hoek + aantal omwentelingen | Ja | Afhankelijk van multiturntechniek | Ja | Singleturn + multiturn bits | SSI, CANopen, PROFINET e.a. | Massieve of holle as | Lift, lier, spindel, magazijnmachine | Positie over meerdere rotaties | Integratie en mechanische verhouding |
| Meetwielencoder | Lineaire materiaalbeweging | Afhankelijk van gekozen encoder | Afhankelijk van encoder | Via afgelegde lengte | PPR + wielomtrek | Vaak incrementeel; andere opties mogelijk | Meetwiel tegen materiaal | Folie, kabel, profiel, transport | Meet dicht bij materiaal | Slip en wielslijtage |
| Trekkoordencoder | Lineaire slag / positie | Afhankelijk van encoder | Afhankelijk van encoder | Interne trommelrotatie | Afhankelijk van encoder / uitgang | Incrementaal, absoluut of analoog afhankelijk van systeem | Vast huis + uittrekbare kabel | Kraan, lift, lineaire slede | Compact bij grotere slag | Kabelgeleiding en mechanische slijtage |
Mechanische uitvoeringen vergeleken
| Uitvoering | Montage | Mechanische koppeling | Ruimte | Lineair / roterend | Mogelijke slip | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Massieve as | Flens + externe koppeling | Flexibele koppeling naar machine-as | Extra ruimte voor koppeling | Roterend | Niet normaal in koppeling, wel speling/flex mogelijk | Motor- of machine-as |
| Holle as | Direct over machine-as | Geen externe askoppeling nodig | Compact | Roterend | Geen materiaalslip | Directe asmontage |
| Meetwiel | Wiel tegen bewegend materiaal | Wrijvingscontact | Ruimte voor arm/wiel | Lineaire beweging via rotatie | Ja | Lengte en snelheid materiaal |
| Trekkoord | Vast huis, kabel aan bewegend deel | Uittrekbare meetkabel | Compact huis, vrije kabelbaan | Lineair | Geen wielslip, wel kabelmechanica | Slag, hefhoogte, uitschuifbeweging |
Communicatie vergeleken
| Interface | Incrementeel / absoluut | Point-to-point / netwerk | Positiedata | Diagnose | Parametrering | PLC-complexiteit | Typische situatie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A/B-pulsen | Incrementeel | Point-to-point signalen | Relatief via telling | Beperkt | Meestal beperkt / encoderafhankelijk | Laag–midden | Toerental en relatieve positie |
| SSI | Absoluut | Point-to-point | Absolute positie | Beperkter dan netwerkdevices | Interface-/encoderafhankelijk | Midden | Absolute positie zonder Ethernet-netwerk |
| CANopen | Vaak absoluut | Netwerk | Absolute positie | Deviceafhankelijk | Deviceafhankelijk | Midden | Machines en mobiele systemen |
| PROFINET | Vaak absolute encoder | Industrial Ethernet | Absolute positie + procesdata | Kan uitgebreid zijn | Kan centraal beschikbaar zijn | Hoger | PROFINET machinearchitectuur |
Snelle keuzetabel op basis van toepassing
| Vraagstuk | Eerste encoder om te onderzoeken | Waarom |
|---|---|---|
| Toerental transportband | Incrementeel | Pulsen zijn direct bruikbaar voor snelheid. |
| Relatieve machinepositie | Incrementeel | Kan voldoende zijn wanneer homing acceptabel is. |
| Formaatverstelling | Absolute multiturn | Positie over meerdere rotaties kan na inschakelen direct nodig zijn. |
| Draaiplateau | Absolute singleturn | Alleen hoek binnen één omwenteling kan voldoende zijn. |
| Lier | Absolute multiturn | Aantal omwentelingen en positie zijn relevant. |
| Lift | Absolute multiturn / andere positioneertechniek | Hoogte loopt over meerdere asrotaties. |
| Magazijnshuttle | Absolute positionering | Directe positie kan belangrijk zijn voor herstart en logistiek. |
| Lengte folie | Meetwielencoder | Meet de materiaalbeweging direct bij het product. |
| Kabelmeting | Meetwielencoder | Lengte en snelheid direct via contactwiel. |
| Lineaire spindel | Absolute multiturn of incrementeel + homing | Mechanische spoed vertaalt rotatie naar lineaire positie. |
| Bestaande defecte encoder | Eerst huidige encoder identificeren | Mechanica, signalen en PLC bepalen de vervanger. |
| Machine met PROFINET | PROFINET absolute encoder | Kan logisch zijn wanneer absolute positie en netwerkfunctionaliteit passen. |
18 veelgemaakte fouten bij encoderselectie
Encoder kiezen: 18 punten om te controleren
- wat wil je meten?
- toerental of positie?
- incrementeel of absoluut?
- singleturn of multiturn?
- PPR / resolutie?
- vereiste systeemnauwkeurigheid?
- massieve of holle as?
- asdiameter?
- flens en montage?
- maximaal toerental?
- uitgangssignaal?
- protocol?
- voedingsspanning?
- connector / pinout?
- PLC/drive compatibiliteit?
- IP / omgeving?
- kabelrichting en montageruimte?
- nieuwe machine of retrofit?
Welke gegevens heeft Indusen nodig?
Voor een vervanging of nieuwe selectie zijn onderstaande gegevens de snelste route naar een bruikbaar technisch voorstel.
- fabrikant
- volledig typenummer
- foto typeplaat
- foto encoder
- foto montage
- asdiameter
- massieve / holle as
- flens
- PPR / resolutie
- incrementeel / absoluut
- singleturn / multiturn
- uitgang / protocol
- voedingsspanning
- connector
- maximaal toerental
- PLC / drive
- toepassing
- omgeving
- gewenste levertijd
Veelgestelde vragen over encoderselectie
Wat is het verschil tussen een incrementele en absolute encoder?
Een incrementele encoder levert pulsen tijdens rotatie; de besturing telt deze om snelheid of relatieve positie te bepalen. Een absolute encoder levert een unieke positiewaarde binnen zijn ondersteunde bereik. Daardoor kan de actuele positie na inschakelen vaak direct beschikbaar zijn, afhankelijk van encodertechniek en machinearchitectuur.
Wanneer heb ik een multiturn encoder nodig?
Wanneer niet alleen de positie binnen één omwenteling maar ook het aantal omwentelingen relevant is. Dat komt bijvoorbeeld voor bij een lift, lier, spindel, magazijnmachine of formaatverstelling die over meerdere asrotaties beweegt.
Wat is het verschil tussen singleturn en multiturn?
Singleturn geeft een unieke positie binnen één volledige omwenteling. Multiturn combineert die positie met informatie over het aantal omwentelingen binnen het ondersteunde bereik.
Hoeveel PPR heb ik nodig?
Dat hangt af van de mechanische verplaatsing die je wilt onderscheiden, de overbrenging en de maximale pulsfrequentie die PLC of drive kan verwerken. Meer PPR is niet automatisch beter wanneer mechanische speling of ingangssnelheid de werkelijke systeemprestatie begrenst.
Is meer PPR altijd beter?
Nee. Een hogere PPR geeft meer pulsen per omwenteling, maar verhoogt ook de signaalfrequentie bij hetzelfde toerental. De besturing moet die frequentie aankunnen en de mechanische toepassing moet de extra resolutie daadwerkelijk kunnen benutten.
Wat betekent 12-bit resolutie bij een absolute encoder?
12 bit betekent theoretisch 4096 unieke posities per omwenteling. Dit beschrijft digitale resolutie, niet automatisch de absolute nauwkeurigheid van de encoder of de complete machine.
Wat is het verschil tussen een holle-as en massieve-as encoder?
Een massieve-as encoder heeft een uitstekende as die meestal via een koppeling met de machine-as wordt verbonden. Een holle-as encoder wordt direct over de machine-as gemonteerd. De keuze is vooral mechanisch en hangt af van ruimte, asdiameter, montage en uitlijning.
Welke encoder gebruik je voor lengtemeting?
Wanneer materiaal continu langs een meetpunt beweegt kan een meetwielencoder logisch zijn. Voor lineaire verplaatsing van één machineonderdeel over een slag kan een trekkoordencoder of andere lineaire meettechniek beter passen.
Welke encoder gebruik je voor toerental?
Een incrementele encoder is vaak de eerste techniek om te onderzoeken. Let op PPR, maximaal toerental, uitgangssignaal, maximale signaalfrequentie en de snelheid van de PLC- of drive-ingang.
Welke encoder gebruik je voor lineaire positie?
Dat kan op meerdere manieren. Een rotary encoder kan lineaire beweging indirect meten via een spindel, tandriem, tandwiel, meetwiel of kabeltrommel. Een trekkoordencoder of lineaire encoder kan geschikter zijn wanneer directe lineaire meting gewenst is.
Wat gebeurt er met een incrementele encoder na spanningsuitval?
De encoder zelf levert na inschakelen opnieuw pulsen bij beweging, maar een eerder opgebouwde tellerstand is niet vanzelf als absolute positie beschikbaar. De machine moet die positie elders bewaren of opnieuw refereren wanneer absolute positie nodig is.
Kan ik een encoder van een ander merk gebruiken?
Ja, dat kan technisch mogelijk zijn. Merk is niet het enige criterium. As, flens, resolutie, signalen, voeding, protocol, pinout, toerental en omgeving moeten compatibel zijn. Hetzelfde hoofdtype of dezelfde PPR is geen garantie voor uitwisselbaarheid.
Wat is het verschil tussen SSI en PROFINET?
SSI is een point-to-point digitale interface voor absolute positie. PROFINET is een industrieel Ethernet-netwerk waarin positie, parameters en diagnose kunnen worden geïntegreerd afhankelijk van de encoder. Welke interface logisch is volgt vooral uit PLC, bestaande architectuur en benodigde functionaliteit.
Welke gegevens heb ik nodig om een encoder te vervangen?
Minimaal: fabrikant, volledig typenummer, foto van typeplaat en montage, asdiameter, flens, incrementeel of absoluut, PPR of resolutie, singleturn/multiturn, uitgang of protocol, voeding, connector, maximaal toerental, PLC/drive en omgevingscondities.
Welke encoder past bij uw machine?
De juiste encoderselectie begint niet bij een merk of typenummer, maar bij de functie in de machine. Toerental, absolute positie, aantal omwentelingen, mechanische montage, resolutie, uitgangssignaal en PLC-integratie bepalen samen welke oplossing technisch én economisch logisch is.
Indusen kan bestaande encoders identificeren en verschillende technische alternatieven vergelijken voor een nieuwe machine, retrofit of niet meer leverbaar encodertype.
Bekijk encoderoplossingen Bekijk industriële encoders Encoder vervangen Bespreek uw toepassingGebruikte interne links
| Doelpagina | Anchor | Sectie | Waarom logisch |
|---|---|---|---|
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-5 | industriële encoders voor positie- en snelheidsmeting | Hero / introductie | Primaire commerciële hub voor brede encoderoriëntatie. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-incrementele-encoders-15 | incrementele encoders voor toerental en relatieve positiebepaling | Incrementeel | Directe verdieping vanuit snelheid en pulsen. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-absolute-encoders-14 | absolute encoders voor industriële positionering | Absoluut | Commerciële vervolgroute wanneer absolute positie nodig is. |
| https://www.indusen.nl/encoderoplossingen | encoderoplossing voor mechanica, PLC en motion control | Positionering / CTA | Verbindt de technische selectie met toepassingsadvies. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-meetwiel-encoders-68 | meetwielencoders voor lengte- en snelheidsmeting | Meetwiel | Direct relevant voor lineaire materiaalmeting. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-trekdraad-encoders-16 | trekkoordencoders voor lineaire positiemeting | Trekkoord | Logische route bij grotere lineaire slag. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/encoders-linear-encoders-26 | lineaire encoder | Rotary voor lineaire positie | Alternatieve techniek wanneer directe lineaire meting gewenst is. |
| https://www.indusen.nl/profinet-encoder | PROFINET encoders voor machinebouw | Protocollen | Verdieping voor machines die al PROFINET gebruiken. |
| https://www.indusen.nl/shop/category/netwerk-connectie-7 | Netwerk & Connectiviteit | Protocollen | Alleen relevant in de communicatie-/netwerkcontext. |
| https://www.indusen.nl/blog/kennisbank-3/encoder-vervangen-zo-vindt-u-de-juiste-vervanger-voor-uw-machine-14 | hoe u een bestaande encoder technisch vervangt | Encoder vervangen / CTA | Verdieping van retrofit- en vervangingsintentie. |
| https://www.indusen.nl/retrofit-vervanging | retrofit & vervanging | Encoder vervangen | Brede oplossing voor merkvervanging en machineaanpassing. |